Ontroering

Ook zoiets: je wordt ouder en verstandiger, je bent beter opgewassen tegen verdriet en verlies, maar tegelijk raak je veel sneller ontroerd. Ik weet zeker dat er in mijn jongere leven jaren zijn geweest dat ik geen traan heb gelaten. Maar ik weet ook zeker dat ik nu elke maand weleens huil, en niet eens zo'n beetje. 

Het eigenaardige is dat ik mij in gevallen van rouw en gemis nog redelijk goed houd, maar als er sprake is van iets buitengewoon moois - de natuur, muziek, een vlucht vogels, een prachtig schilderij, een gedicht -, krijg ik een brok in mijn keel. De tranen laten dan niet lang meer op zich wachten.

Vreemd, al die oudemannen-ontroering. Ik huil om wat ik vroeger met een blijk van instemming en een teken van goedkeuring afdeed. De verklaring is waarschijnlijk dat je met het klimmen van de jaren kwetsbaarder, maar ook ontvankelijker en gevoeliger wordt. Je wordt sneller aangegrepen of overweldigd en zelfs verpletterd door schoonheidservaringen, herinneringen die zomaar van zich doen spreken, beelden die je van bepaalde dingen hebt. Daar sta je dan, met vertrokken gezicht, vergeefs vechtend tegen je tranen, niet in staat nog iets te zeggen. De anderen zien het welwillend aan ook al begrijpen ze er niks van.

Is het zwakheid of kracht als je in staat bent ontroerd te zijn? Hoort het bij de aftakeling of is het een blijk van gerijptheid? Komt het omdat je bepaalde dingen eindelijk beter begrijpt? Of heeft het te maken met een hoger ontwikkelde gevoeligheid voor de dingen die echt tellen? Iemand die er voor heeft doorgeleerd kan mij misschien een verklaring voor dat verschijnsel geven, maar daar zit ik niet op te wachten. Sommige dingen laten zich niet verklaren, ook niet door deskundigen. Ze mogen ook niet verklaard worden, zelfs als dat zou kunnen, omdat de verklaring afbreuk doet aan de ontroering als zodanig. Bovendien voegt een eventuele verklaring niks toe aan de soms zeer kostbare beleving die je hebt.

Anders gezegd: laat mij nu maar gewoon ontroerd zijn. Het kan geen kwaad. Het is op mijn leeftijd zelfs een verlossende ervaring. Mijn oude vader zei altijd dat een mens een huilend kind is en in tranen oud wordt. Daartussenin speelt het volle leven zich af waarin geen tranen passen en ontroering sentimenteel wordt gevonden. Misschien dat daarom het volle leven niet het echte leven is.

  1. Zegeningen
    PREMIUM
    Column

    Zegeningen

    Volgens de oude, grimmige, dwarse, nurkse, sarcastische, maar ook wijze Arthur Schopenhauer (1788-1860) zijn jeugd, gezondheid en vrijheid de drie zegeningen van het leven. Maar hij vond dat we ons pas van die zegeningen bewust worden als we ze niet meer hebben. 'Ons bestaan is op die momenten het gelukkigst als we er het minst van merken', schrijft hij. Want als je gezond bent, sla je er geen acht op. Als je jong bent heb je het niet in de gaten. En als je vrij bent heb je er geen weet van.

Columns