Zomer

De onafzienbaar lange zomer heeft iets vreemds in mij veroorzaakt: heimwee. Het heeft zich zo diep in mijn bestel genesteld, dat ik de zomer niet meer kwijt wil, hem wil vasthouden. Want wekenlang was daar iedere morgen de zon, het licht, de helderheid, de warmte die langzaam hitte werd. En iedere avond wilde de dag van geen wijken weten en deed er uren over om nacht te worden. 

Voor het eerst in mijn leven kreeg de zomer iets vanzelfsprekends, iets waar ik niet aan mocht twijfelen. Geen gekwakkel of gemiezer. Geen dreigende luchten of laaghangende wolken.

Columns