Volledig scherm
© Shody Careman

Giphart maakt snoep voor oude mensen

Geloof het of niet, maar voordat Ronald Giphart schrijver, huisvader en culinair alleskunner was, bewoog hij zich door het leven als hardcore dealer van ‘sweet stuff’.

Walmende nostalgie of geëmmer over hoe geweldig het vroeger allemaal was: ik hou er niet van. Toch denk ik met liefde terug aan de jaren 70, voor kinderen misschien de onbezorgdste tijd die Nederland ooit heeft gekend. Joop den Uyl was de linkse premier van een land dat was bevangen door een zucht naar progressiviteit en verandering: alles moest op de schop. Zelfs de leider van de VVD droeg nieuwerwetse bakkebaarden en broeken met wijde pijpen.

Quote

In een ruime brandgang storten we ons op zoenspelle­tjes

Ronald Giphart

Ik woonde in een rijtjeshuis van een nieuwbouwwijk, op een autovrij plein waar we verantwoord konden spelen zonder de angst te worden aangereden. Ons plein had een ruime brandgang waar we met de kinderen uit de buurt samenschoolden om te knikkeren en verstoppertje te spelen en ons te storten op zoenspelletjes tijdens lange lome zomers (dit is geen nostalgie, dit is gewoon zoals het was).

Ik herinner me die brandgang als een plek waar we ook dealden, en dan geen stimulerende of geestverruimende middelen, maar snoep. Wat we van thuis bietsten, namen we mee naar de krochten van onze wijk, om onze lekkernijen te ruilen, delen of te verkopen. Het was de tijd dat er nog niet moeilijk werd gedaan over suikerspiegels, gluten, vitaminen of vetgehaltes, de tijd van trekdrop, zwart-witpoeder, krijtlollies, caramacs, negerzoenen, bubblicious (of hoe je de naam van die kauwgum ook spelde), zure lappen, droptella’s, schuimblokken, treets, musketiers, rang, fireballs, eetbare kralenhorloges en noem maar op.

Quote

Het snoepgoed waarvan ik echt weemoedig raak is zoethout

Ronald Giphart

Mijn buurjongens en ik hadden in de brandgang een vaste tegel. Soms kreeg een van ons van zijn moeder een lading snoep, chips of andere traktaties. Dan veegden we onze tegel schoon en stortten we onze versnaperingen - bijvoorbeeld een berg gekleurde gepofte rijst of een voorraad chocoladesigaretten - precies tussen de voegen. Vervolgens namen we strategisch plaats om de tegel, wachtten we tot een van ons het startsein gaf, waarna we aanvielen, onze monden volpropten en binnen een paar seconden die hele tegel leegvraten.

Het snoepgoed waarvan ik echt weemoedig raak is zoethout. Wat qat is voor mensen uit Jemen en Oost-Afrika, waren de kauwbare zoete wortels destijds voor mij. Ik verorberde mijn zoethout zoals Winston Churchill sigaren en mijn moeder maakte zich er sappel over als ze in mijn kamer weer eens afgekloven stompen vond. Ik vroeg mijn jongste zoon of hij weleens zoethout had geknaagd, waarop hij een meewarig gezicht trok en zei dat dat snoep was ‘voor oude mensen’. De tijden, ze veranderen. 

Recept voor Zoethoutsaus
1 stok zoethout
150 ml slagroom
1 ui, gesnipperd
klontje boter
1 kleine teen knoflook, geperst
100 ml bouillon naar keuze
1 tl salmiakpoeder of zwart-witpoeder
1 tl sambal badjak
1 tl palmsuiker (of andere suiker)
1 mespunt gemberpoeder
peper en zout
eventueel allesbinder, bloem of maizena

We maken een zoethoutsaus die bij veel gerechten past. Kneus met een onderkant van een pan een stuk zoethout en leg dit een uurtje in de slagroom. Fruit ui in de boter. Als de ui glazig is, mag de knoflook erbij. Bak het geheel een minuut door. Giet nu de bouillon en de room erbij, plus het gekneusde zoethout, de gember- en zwartwit- poeder, de sambal en de palmsuiker.

Breng het mengsel langzaam tegen de kook aan en laat het een paar minuten rustig pruttelen en inkoken. Proef de saus en voeg eventueel peper en zout toe. Zeef de saus goed. Je kunt de saus iets dikker maken met allesbinder, bloem of maizena.

Serveer bij gebakken kipfilet of kippendij, gegrilde coquilles, gegrilde of gebakken vis, rosbief, fricandeau of andere restjes koud vlees, of bij witlof en zelfs asperges.