Volledig scherm
Nederland, Amsterdam, 07-03-2018 Frederiek Weeda Foto Marco Okhuizen © Marco Okhuizen

Draai niet om de dood heen

Frederiek Weeda (46) en haar geliefde weten niet beter dan maanden maar 'wat aan te modderen' als hij doodgaat. ,,Het lijkt of artsen niet willen meedenken." Daarom schrijft ze na zijn overlijden een boek met praktische tips.

Quote

Menno wist dat hij doodging, maar wilde er niet over praten

Frederiek Weeda

Het is vreemd, vindt journalist Frederiek Weeda (46): ,,Als je moet bevallen kun je overal terecht voor informatie. Hoe voelt een wee? Wanneer bel je de verloskundige? Maar toen ik me wilde voorbereiden op Menno's sterfbed, kon ik nergens terecht met al mijn vragen."

Menno Steketee is Weeda's echtgenoot, die in januari 2014 te horen krijgt dat hij uitgezaaide darmkanker heeft. Genezing zit er niet in; uiteindelijk zal hij er op 13 november 2015 aan overlijden. In de maanden die hij nog leeft is er, op de huisarts na, geen enkele arts die zijn dood uit zichzelf bespreekbaar durft te maken. Weeda: ,,Menno wist dat hij doodging, maar wilde er niet over praten. Artsen gingen er maar al te graag in mee. De continue ontkenning van de realiteit maakte het voor mij extra moeilijk. Hoe moesten we het onze kinderen van 12 en 8 jaar vertellen? Waar moesten we ons precies op voorbereiden? Nergens kon ik terecht voor informatie. Vooral op het laatst voelde dat eenzaam: ik zorgde voor een stervende man terwijl niemand over sterven sprak."

Tunnel

Daarom schreef Frederiek Weeda het boekje Draai niet om de dood heen. Met de praktische informatie die ze zelf nodig had. ,,Artsen richten zich op de patiënt: wil die niet over de naderende dood praten? Prima. Maar de naasten zijn er ook nog. Zij hebben ook professionele ondersteuning nodig."

Zelf had Weeda het meest aan de tips van een vriendin, die beide ouders verloor aan kanker. ,,Zij vertelde bijvoorbeeld dat stervenden in een soort tunnel terechtkomen, net als bij een bevalling, waarin je met niemand meer communiceert. Dat vond ik prettig om te weten, zo kon ik het een beetje duiden."

Ook wist de vriendin: als de morfinepomp eraan te pas komt, is het een kwestie van dagen. Weeda: ,,Ik had meer eerlijke informatie willen hebben over de tijd die restte. Naarmate een patiënt zieker wordt en de verzorging zwaarder, telt elke dag. Steeds als ik ernaar vroeg, kreeg ik vage antwoorden."

Einde nadert

Waarom zou een patiënt moeten weten wanneer hij sterft, vroeg een arts haar later. ,,Simpel: omdat je pas goed afscheid kunt nemen als je beseft dat het einde nadert. Zolang je blijft hopen kun je dat niet."

Weeda probeerde altijd eerlijk te zijn, ook tegen de kinderen. ,,Achteraf ben ik er blij om. Maar ik voelde me soms een verrader als ik probeerde om sterven te bespreken met Menno. Gaat iemand sneller dood als je zijn laatste hoop wegneemt? Ik geloof er niets van. En in Menno's geval zou dat niet eens zo erg zijn geweest, zijn sterfbed heeft heel lang geduurd."

In die loodzware tijd had Frederiek Weeda graag meer grip gehad op de omstandigheden. Zo had ze meer willen weten over de symptomen die bij sterven horen. ,,De eerste keer dat Menno een delier kreeg, acute verwardheid, schrok ik vreselijk. Ik wist niet dat het bestond en dat het erbij hoort. Ook de uitzaaiingen in de hersenen vond ik eng; Menno kon niet meer praten. Gelukkig bood bestraling tijdelijk uitkomst. Maar het was allemaal naar en ik had graag geweten dat zoiets kan gebeuren."

Ramptoerisme

Behalve informatie bevat het boekje veel praktische tips. Dat beleefd blijven niet altijd nodig is, bijvoorbeeld. ,,Iedereen wilde het over Menno's ziekte hebben, ik niet. Soms is dat bot, dat moet dan maar."

'Ramptoeristen' noemt Weeda ze, de mensen die ineens op je stoep staan, soms onaangekondigd, om met eigen ogen te zien hoe erg de situatie is. En wat als ze praktische hulp aanbieden? ,,Altijd aannemen. Iemand die je naar het ziekenhuis wil rijden, eten maakt, wat dan ook."

Een panklaar recept voor sterven is er niet, benadrukt Weeda. ,,Ook niet met euthanasie. We hebben het erover gehad, maar hoe weet je wanneer het juiste moment daar is? Wij konden het niet. We besloten de dood af te wachten. Dat gaf rust."

Dit had Frederiek willen weten
Benoem een woordvoerder, een vriend of familielid die iedereen te woord wil staan. Dan hoef je maar één persoon op de hoogte te houden.
Zoek contact met de huisarts en stippel een plan uit. Wat als de huisarts met vakantie is? Is hij eventueel bereid euthanasie toe te passen?
Bespreek 'verzachtende medicijnen' met elkaar. Zeker als de patiënt bang is voor helse pijn of bang is uiteindelijk te stikken.
Sla alle hulp af behalve de praktische. Het belast alleen maar.
Laat je niet van de wijs brengen door opmerkingen als: Staat hij er wel positief genoeg in? Het is geen kwestie van 'de strijd winnen of verliezen'. Aan kanker doodgaan is gewoon vette pech.
Ontmoet alvast de mensen van de thuiszorgorganisatie of het hospice voordat de patiënt en jij de moeilijkste fase ingaan.
Vraag de huisarts, specialist of wijkverpleegkundige hoeveel tijd er nog rest. Zij kunnen dat inschatten.
Bespreek waar je geliefde wil sterven, thuis of in een hospice? Wil hij of zij gebalsemd worden? Gecremeerd of begraven?

Volledig scherm
Frederiek Weeda: ,,Het voelde eenzaam. Ik zorgde voor een stervende man en niemand sprak erover." © Marco Okhuizen

'Draai niet om de dood heen' verschijnt morgen bij uitgeverij Nieuwezijds. 9,95 euro.