Volledig scherm
Britten Oboe Quartet - A Tribute to Janet © PR

Hoboïst Nicholas Daniel geeft lerares indrukwekkend eerbetoon

recensieWie een update wil horen van de Britse kamermuziekscene komt met deze release van Harmonia Mundi uitstekend aan zijn of haar trekken. Het eerbetoon aan de in 1981 overleden hoboïste en pedagoge Janet Craxton bevat de meest uiteenlopende muziek, gespeeld door het in 2005 opgerichte Britten Oboe Quartet.

Hierin wordt haar leerling Nicholas Daniel geflankeerd door drie strijkers.

Toonaangevend

Craxton was letterlijk en figuurlijk toonaangevend. Zij verleende tijdgenoten ook compositieopdrachten. Hoe haar spel en stijl inspireerden, komt boven water in de twee aan haar opgedragen werken: Cantate van Oliver Knussen uit 1977 en het zeven jaar eerder geschreven Quator pour cor anglais, violon, alto et violoncelle van Jean Françaix.

Ritmisch

Het laatste, vijfdelige stuk is een heerlijk ritmisch, soms speels swingend werk, borrelend van neoklassieke esprit. Niet makkelijk om te spelen; wel zeer oorstrelend. Nicholas Daniel en zijn collega's Jacqueline Shave, viool, Clare Finnimore, altviool, en Caroline Dearnley, cello, zijn volkomen aan elkaar gewaagd. Voor alle duidelijkheid: de Engelse hoorn is geen hoorn uit Engeland maar een lager gestemde althobo.

Jeugdwerk

Knussen is in al zijn gelaagdheid lastiger toegankelijk maar de moeite waard. Zeker in deze enerverende, knap getimede uitvoering. Qua instrumentbeheersing, samenspel en zeker qua expressie worden hier hoge ogen gegooid. De interpreten hebben er naar eigen zeggen dan ook behoorlijk wat tijd tegenaan gegooid.

De Phantasy opus 2, een jeugdwerk van Benjamin Britten, boeit van begin tot einde. Mooi, die opbouw van het eerste marsthema. Ook het geheimzinnige sfeertje wordt optimaal overgebracht. De componist gunt de solist overigens regelmatig wat rust. Dat hangt samen met de wensen van de eerste vertolker: Léon Goossens.

Levenslust

En het Hobokwartet in F, KV 370 van Wolfgang Amadeus Mozart? Ik ken eigenlijk geen andere vertolking die zó gedecideerd is en zoveel uitstraling bezit. Vooral het middendeel zingt in eindeloze lijnen en ontroert aan alle kanten. Het Allegro onderscheidt zich door een blakende levenslust en subtiel rubatospel (soms nauwelijks waarneembare afwisseling in de snelheid van het stuk).

Miniatuur

Het begin van het onvoltooide Adagio KV 580a is door Mozart later gerecycled in de eerste zangmaten van het befaamde motet Ave verum KV 618. Daniel heeft het afgemaakt en het resultaat is een expressief en melancholisch miniatuur dat beslist niet alleen als toegift hoeft te fungeren. De althobo mengt fantastisch met de (lage) strijkers. Janet zou er trots op zijn geweest.