Volledig scherm
PREMIUM
Pianos Trios © PR

Intense kamermuziek met ijle hoogten en onpeilbare diepten

RECENSIEHet Trio Wanderer heeft de afgelopen decennia een indrukwekkende discografie opgebouwd. Hiermee steekt het zo langzamerhand het legendarische Beaux Arts Trio naar de kroon. Maar het is niet alleen het aantal dat van belang is, ook in kwaliteit naderen de drie musici hun collega’s.

    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling

En er is weer een nieuw album om dat te staven. Violist Jean-Marc Phillips-Varjabédian, cellist Raphaël Pidoux en pianist Vincent Coq storten zich op hun Rachmaninov-cd op de pure en vooral meeslepende laatromantiek. Dat betekent zeker in het Trio élégiaque (‘treurzang’) nr. 1 dat er volop genoten kan worden van intense kamermuziek die ijle hoogten maar ook onpeilbare diepten bereikt. Het lugubere, eendelige werk krijgt een topuitvoering die je als luisteraar ademloos laat genieten.

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. Pracht en praal van Versailles schalt door de speakers
    PREMIUM
    recensie

    Pracht en praal van Versailles schalt door de speakers

    Op deze cd van Alpha vinden we een van de meest opvallende muziekstukken met een eigen historisch verhaal. Componist Jean-Baptiste Lully (1632-1687) dirigeerde zijn feestelijke Te Deum (‘U God’) zoals gebruikelijk met een stok en deed dat zo gedreven dat hij op een ongelukkige wijze met de metalen knop keihard op zijn voet stampte, gangreen opliep en daar enkele weken later aan overleed. Sindsdien hanteren dirigenten liever een stokje. Dat is een stuk lichter en eleganter.
  2. Niemand had zo'n bijzonder lijntje met Verdi als Bergonzi
    PREMIUM
    Luister mee

    Niemand had zo'n bijzonder lijntje met Verdi als Bergonzi

    Vijf jaar geleden overleed een van de grootste Italiaanse tenoren ooit: Carlo Bergonzi (1924-2014). Hij startte in 1948 als bariton, maar dat was geen succes. Na de overschakeling op het tenorvak stond hij al snel op grote operapodia als de Scala van Milaan (1953) en The Met in New York (1956). In The Big Apple speelde hij in dertig jaar tijd meer dan 300 keer hoofdrollen in opera’s van Verdi, Puccini en de veristische meesters.