Volledig scherm
Justin Townes Earle - The saint of lost causes © DG

Justin Townes Earle kijkt om zich heen

Justin Townes Earle is in rustiger vaarwater na zijn getroebleerde jeugd.

 Zijn beroemde vader Steve gaf toen niet thuis, want die was on the road. Zoonlief raakte van het rechte pad en verloor zichzelf in verslavingen. Dat in combinatie met zijn regelmatige bezoekjes aan afkickklinieken was ook de reden dat pa hem uit zijn begeleidingsband The Dukes knikkerde.

    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling

Sinds een dikke tien jaar heeft Justin Townes Earle de weg omhoog weer gevonden en daarbij komen zijn muzikale genen hem goed van pas. Hij is een goede liedjesschrijver en voelt zich als een vis in het water in aan country, folk en blues verwante muziek. 

Nu hij privé de status van huisje, boompje, beestje heeft bereikt, inclusief echtgenote en dochtertje, blijkt hij ook meer oog voor de wereld om zich heen te hebben dan voor zichzelf.

Sociaal realisme

The saint of lost causes heeft de signatuur van het sociaal realisme dat we ook van zijn vader kennen, alleen dan net wat omfloerster. Het titelnummer lijkt nog een op een heerlijke melodie gepresenteerde reflectie op het relativerende persoonlijk inzicht waartoe hij is gekomen - wat een sterke opener -, daarna zoekt hij de onderwerpen buiten zichzelf.

Dicht bij elkaar, vanwege hun Mississippi-rockstijl, liggen Ain't got no money en Don't drink the water. Het eerste gaat over de vagebond die om geld bedelt om naar New Orleans te kunnen reizen, het tweede over een milieuschandaal waarbij een fabrikant chemicaliën loosde in een rivier bij de stad Charleston in West Virginia. 

Auto-industrie

Ook ontfermt Earle zich over de jongeman die tot zijn eigen spijt een agent doodschoot (Appalachian nightmare ) en de teloorgang van de ooit florerende auto-industrie in de stad Flint in Michigan (Flint City shake it ). 

Een depressief plaatje wordt het niettemin nooit, want Earle houdt er muzikaal de moed in met vleugen rock ‘n roll, rockabilliy, blues en country. Bovendien wordt hij vlekkeloos ondersteund, onder meer door bassist en producer Adam Bendnarik en niet te vergeten Paul Niehaus, die een aantal nummers inkleurt met zijn pedaalsteelgitaar. 

Justin Townes Earle zet weer een stap voorwaarts. Vader keek vroeger misschien te weinig naar hem om, muzikaal hebben ze zoveel gemeen dat in elk geval dát hen bindt.   

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. Pracht en praal van Versailles schalt door de speakers
    PREMIUM
    recensie

    Pracht en praal van Versailles schalt door de speakers

    Op deze cd van Alpha vinden we een van de meest opvallende muziekstukken met een eigen historisch verhaal. Componist Jean-Baptiste Lully (1632-1687) dirigeerde zijn feestelijke Te Deum (‘U God’) zoals gebruikelijk met een stok en deed dat zo gedreven dat hij op een ongelukkige wijze met de metalen knop keihard op zijn voet stampte, gangreen opliep en daar enkele weken later aan overleed. Sindsdien hanteren dirigenten liever een stokje. Dat is een stuk lichter en eleganter.
  2. Niemand had zo'n bijzonder lijntje met Verdi als Bergonzi
    PREMIUM
    Luister mee

    Niemand had zo'n bijzonder lijntje met Verdi als Bergonzi

    Vijf jaar geleden overleed een van de grootste Italiaanse tenoren ooit: Carlo Bergonzi (1924-2014). Hij startte in 1948 als bariton, maar dat was geen succes. Na de overschakeling op het tenorvak stond hij al snel op grote operapodia als de Scala van Milaan (1953) en The Met in New York (1956). In The Big Apple speelde hij in dertig jaar tijd meer dan 300 keer hoofdrollen in opera’s van Verdi, Puccini en de veristische meesters.