Volledig scherm

Krommers late symfonieën terecht in de herkansing

RecensieDeze cd van CPO was een beetje onderop geraakt in de stapels met nieuwe releases. Het schijfje krijgt alsnog alle aandacht: vanwege het repertoire en vanwege de kwaliteit van de uitvoering.

    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling

De Bohemer Franz Krommer (1759-1831) was ooit hofcomponist in Wenen en zeer geliefd. Zijn late symfonieën dateren uit de jaren 1820-1824 en zijn dus ontstaan toen Beethoven aan zijn befaamde Negende symfonie werkte. Zo revolutionair als dit werk zijn Krommers Vierde, Vijfde en Zevende niet. Maar hij toont zich wel een waardig opvolger van Haydn en Mozart en verdient zeker weer vaak gespeeld te worden in onze concertzalen.

Beweeglijk
Aan de eerstgenoemde componist herinneren de langzame inleidingen die aan de symfonieën voorafgaan. De Vierde symfonie in c gaat onheilspellend van start met een beweeglijk motief in de lage strijkers. Het is de opmaat voor een temperamentvol symfonisch meesterwerk. Krommer biedt gedurende een klein half uur strijkers én blazers gelegenheid flink uit te pakken.

En met die componeerwijze weten Howard Griffiths en het Orchestra della Svizzera italiano goed raad. Uitstraling en eenheid zijn optimaal, terwijl het niet ontbreekt aan drive. De musici verdiepen zich met hoorbaar plezier in dit onconventionele repertoire en dagen alle collega's uit ook eens zo'n stap in het diepe te wagen.

Indertijd heeft ook Matthias Bamert zich op Chandos met symfonieën van Krommer beziggehouden. Maar Griffiths heeft een beter orkest en een fraaiere opnametechniek.

Obstinaat
In de menuetten gaat Krommer een stapje verder dan zijn illustere voorbeelden. Dit zijn geen elegante hofdansen meer maar bijna scherzo's à la Beethoven. Vaak fel en behoorlijk obstinaat. In de Vierde symfonie horen we zelfs een militaristisch trio.

In de finales kiest de componist vaak voor uitgebreidere inzet van het contrapunt, bijvoorbeeld in het feestelijke slotdeel van de Vijfde symfonie in Es en nadrukkelijker in de afsluiting van de Zevende symfonie in g. Gelukkig gebeurt dat nergens op een te schoolse wijze. Als het stemmenweefsel dichter wordt, waken de Italiaanse Zwitsers voor transparantie.

Vlagen

De Zevende symfonie is de voorlaatste uit een rij van negen (de Achtste symfonie is kwijtgeraakt). Een dramatisch, bij vlagen stormachtig theatraal werk met een spannende opening. Hier en daar zijn invloeden van Rossini hoorbaar. Ook de finale begint overigens langzaam, al is het slechts een enkele maat.

Voor de liefhebbers: eerder nam Griffiths de eerste drie symfonieën al op (eveneens op CPO). Een 'Werkverzeichnis' van Krommer bestaat trouwens sinds 1997. Het is samengesteld door de Tsjech Karel Padrta.

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. Pracht en praal van Versailles schalt door de speakers
    PREMIUM
    recensie

    Pracht en praal van Versailles schalt door de speakers

    Op deze cd van Alpha vinden we een van de meest opvallende muziekstukken met een eigen historisch verhaal. Componist Jean-Baptiste Lully (1632-1687) dirigeerde zijn feestelijke Te Deum (‘U God’) zoals gebruikelijk met een stok en deed dat zo gedreven dat hij op een ongelukkige wijze met de metalen knop keihard op zijn voet stampte, gangreen opliep en daar enkele weken later aan overleed. Sindsdien hanteren dirigenten liever een stokje. Dat is een stuk lichter en eleganter.
  2. Niemand had zo'n bijzonder lijntje met Verdi als Bergonzi
    PREMIUM
    Luister mee

    Niemand had zo'n bijzonder lijntje met Verdi als Bergonzi

    Vijf jaar geleden overleed een van de grootste Italiaanse tenoren ooit: Carlo Bergonzi (1924-2014). Hij startte in 1948 als bariton, maar dat was geen succes. Na de overschakeling op het tenorvak stond hij al snel op grote operapodia als de Scala van Milaan (1953) en The Met in New York (1956). In The Big Apple speelde hij in dertig jaar tijd meer dan 300 keer hoofdrollen in opera’s van Verdi, Puccini en de veristische meesters.