Yannick Nézet-Séguin tekent voor fantastische opname van Mozarts 'Titus'

recensieOpmerkelijk dat Mozarts voorlaatste opera de afgelopen jaren zo populair is geworden. Hoewel: met een levendig dramatische, sprankelende uitvoering komt La clemenza di Tito ('De vergevingsgezindheid van Titus') - ooit gezien als een wat saai museumstuk - met gemak uit de schaduw van Die Zauberflöte, Mozarts onvergetelijke zwanenzang.

    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling
    • Ster beoordeling

Ik herinner me een prachtige uitvoering van La clemenza di Tito door het Orkest van de Achttiende Eeuw in Tivoli-Vredenburg Utrecht (oktober 2017). En nu pakt Deutsche Grammophon uit met een live opname uit Baden-Baden (juli 2017). Het is de voorvoorlaatste release in een heuse, zevendelige Mozart-operacyclus met tenor Rolando Villazón (1972) en dirigent Yannick Nézet-Séguin (1975).

Wankel

Zong Villazón in Le nozze di Figaro nog een klein rolletje, hier tekent hij voor de hoofdrol. En dat is in mijn optiek het enige minpunt van deze fantastische opname. Er zijn genoeg tenoren die een betere vertolking in huis hebben, maar het moest blijkbaar per se deze ster met zijn wankele stemmiddelen worden. Aan betrokken, intense recitatieven komt Villazón helaas niet toe.

Glansstuk

De Mexicaan met zijn inmiddels beruchte status van 'kampioen stemproblemen' legt het vocaal af tegen de sopranen Marina Rebeka (1980) en Joyce DiDonato (1969). Luister maar naar het geknepen geluid in zijn openingsrecitatief (cd I, track 10). Ook zijn eerste aria laat nog slechts een glimp horen van de fenomenale tenor die hij tien jaar geleden nog was. Zonde. Een Mozarttenor heb ik hem overigens nooit gevonden.

De eerstgenoemde zangeres, een Letse van geboorte, weet in de eerste maten al stralend haar visitekaartje af te geven. En dan hebben we het alleen nog maar over de inleidende recitatieven. Haar glansstuk is de grote aria Non più di fiori.

DiDonato steelt de show in Parto, ma tu, ben mio, treffend ondersteund door de klarinettist Romain Guyot. Deze flexible en vooral intens acterende en zingende mezzo kennen we natuurlijk van haar grote optredens in The Met, het New Yorkse operahuis waar Nézet-Séguin de komende jaren muzikaal de dienst gaat uitmaken. Jammer dat haar stem in de hoogte (begin van de eerste finale) behoorlijk gespannen klinkt.

Idiomatisch

Het koppel Annio en Servilia wordt idiomatisch neergezet door jaargenoten (1986) Tara Erraught (perfecte stem voor een 'Hosenrolle') en Regula Mühlemann. Laatstgenoemde zangeres doet me met haar fraaie heldere stemgeluid zelfs de fenomenale Lucia Popp vergeten (de Servilia in de opname onder leiding van wijlen Sir Colin Davis).

Prachtig, hun samenklanken in het liefelijke duet Ah, perdona. Hier hoor je ook duidelijk hoe dicht La clemenza di Tito muzikaal inhoudelijk bij Die Zauberflöte staat.

Adam Plachetka (1985) tenslotte is een memorabele Publio. Krachtig, stoer, precies zoals een bas-bariton in deze rol moet klinken.

Dragende kracht

Blijft het aandeel van koor en orkest. Het RIAS Kammerchor kwijt zich uitstekend van zijn kleine rol. Bijvoorbeeld in de heftige eerste finale. Het Chamber Orchestra of Europe laat zich onder leiding van Nézet-Séguin wederom horen als dé dragende kracht van dit ambitieuze Mozartproject uit Baden-Baden. Complimenten ook voor het opnameteam.

Volledig scherm
De albumhoes. © PR
De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. Pracht en praal van Versailles schalt door de speakers
    PREMIUM
    recensie

    Pracht en praal van Versailles schalt door de speakers

    Op deze cd van Alpha vinden we een van de meest opvallende muziekstukken met een eigen historisch verhaal. Componist Jean-Baptiste Lully (1632-1687) dirigeerde zijn feestelijke Te Deum (‘U God’) zoals gebruikelijk met een stok en deed dat zo gedreven dat hij op een ongelukkige wijze met de metalen knop keihard op zijn voet stampte, gangreen opliep en daar enkele weken later aan overleed. Sindsdien hanteren dirigenten liever een stokje. Dat is een stuk lichter en eleganter.
  2. Niemand had zo'n bijzonder lijntje met Verdi als Bergonzi
    PREMIUM
    Luister mee

    Niemand had zo'n bijzonder lijntje met Verdi als Bergonzi

    Vijf jaar geleden overleed een van de grootste Italiaanse tenoren ooit: Carlo Bergonzi (1924-2014). Hij startte in 1948 als bariton, maar dat was geen succes. Na de overschakeling op het tenorvak stond hij al snel op grote operapodia als de Scala van Milaan (1953) en The Met in New York (1956). In The Big Apple speelde hij in dertig jaar tijd meer dan 300 keer hoofdrollen in opera’s van Verdi, Puccini en de veristische meesters.