Volledig scherm
Gevechten in Maas en Waal en de Bommelerwaard in de Tachtigjarige Oorlog. © Expeditie Over de Maas

Het Atlantis van Maas en Waal

CANON OVER DE MAASEen Atlantis is herrezen uit Maas en Waalse klei. In de uiterwaarden van Alphen en Dreumel ligt een archeologisch luilekkerland. Resten van mammoeten, reuzenherten, neushoorns en andere ijstijddieren. Enorme hoeveelheden Romeins bouwmateriaal en wapens. Kogels in alle soorten  en maten. Grote hoeveelheden menselijke resten. Dertien scheepswrakken uit diverse tijdvakken. 

Tientallen jaren kunnen specialisten zich nog buigen over de enorme bulk vondsten. En het zoeken gaat door. De ontzanding loopt naar verwachting nog tot 2020. Opgravingsleider en archeoloog Nils Kerkhoven denkt dat het eindresultaat misschien wel 200.000 vondsten zal beslaan. 

Een canon van de opgraving Expeditie Over de Maas in zeven vensters.

Verhaal gaat verder onder de foto

Volledig scherm
Kommetje uit de late IJzertijd. © Expeditie Over de Maas

1 Hoe het begon

Archeoloog Nils Kerkhoven liet zeven jaar geleden zijn hond uit in de uiterwaarden bij zijn woonplaats Dreumel. Het was 2010 en de ontzanderscombinatie Nederzand was begonnen met het ontkleien van de zandwinlocatie en het wegzuigen van het eerste zand. Kerkhoven wist niet wat hij zag. Amateurspeurders met metaaldetectoren trokken de ene na de andere vondst uit de grond. Het gebied was verboden toegang, maar toch heersten er wildwesttoestanden. 

Kerkhoven zag meteen de potentie van de plek. Hij stapte naar de manager Herman van der Linde van Nederzand. ,,Ik zei: dit gaat helemaal mis. Hier moet je iets aan doen anders ben je straks alle informatie kwijt.'' Kerkhoven wilde het project archeologisch gaan begeleiden. Met zijn collega Jelle van Hemert en een groep vrijwilligers.

Van der Linde was al snel overtuigd. ,,Als je Nils hoort praten, word je gegarandeerd enthousiast. Inmiddels is iedereen hier een amateurarcheoloog. We hebben gezorgd dat de vrijwilligers allemaal een officieel kaartje om hun nek kregen, zodat zij het verboden gebied in mochten.'' Ze kregen zo ook de autoriteit om de illegale schatzoekers met metaaldetectoren weg te sturen. 

De eerste jaren zochten Nils en de zijnen alleen op de steeds veranderende oevers van de zandwinplas. Met metaaldetectoren en schop. Maar de zandzuiger haalde zulke hoeveelheden archeologisch materiaal naar boven dat er na een paar jaar ook steeds een vrijwilliger aanwezig was op de zuiger zelf. Om vondsten uit de kiezels te zeven. ,,Jaren lang, iedere dag'', zegt Van der Linde. ,,Dat is knap hoor. Want het is net vissen. Soms vang je een hele dag niets.''

Verhaal gaat verder onder de foto

Volledig scherm
Een kleine greep uit de grote hoeveelheid menselijk botmateriaal. © Expeditie Over de Maas

2. Fort Nassau

De zandwinning begon in het westen, bij Dreumel. Daar lag vroeger Fort Nassau. De vondsten die daar werden gedaan, waren al meteen spectaculair, al dreigen ze nu onder te sneeuwen vanwege alle schatten die daarna nog zijn gevonden. Fort Nassau was een fortificatie uit de zestiende eeuw die dit strategische punt, waar vroeger Maas en Waal in elkaar overvloeiden, bewaakte.

Er werd daar in het verleden flink geknokt. De archeologen vonden er allerlei wapentuig en gigantische aantallen musket- en kanonskogels. Er kwamen resten van door oververhitting geëxplodeerde kanonnen naar boven, punten van hellebaarden, pijlpunten, dolken en zwaarden. Maar ook gebruiksvoorwerpen van de mannen die in het fort gelegerd waren: aardewerk, pijpen, munten, eetgerei, luxe tinnen vaatwerk, speelgoed en visgerei. 

Fort Nassau werd ook wel aangeduid als Fort Voorne of de Schans Voorn. Het werd in 1588, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, gebouwd door Prins Maurits van Oranje. Het lag op het toenmalige eiland Voorne, tussen Heerewaarden en Dreumel, aan een open verbinding tussen de Maas en de Waal. De Spanjaarden deden hun best om Fort Nassau te veroveren, maar tevergeefs. Uiteindelijk bouwden ze enkele kilometers stroomafwaarts een eigen fort: Fort Sint-Andries. Vanuit de forten bestookten de partijen elkaar.  

In 1673 werd Fort Nassau door de Fransen grotendeels opgeblazen, Het is nooit meer opgebouwd. Alleen gereconstrueerde contouren in het landschap herinneren eraan.

Verhaal gaat verder onder de foto's

Volledig scherm
Kogels, gevonden bij Fort Nassau. © Expeditie Over de Maas
Volledig scherm
Kaart uit 1672 met de verbindingen tussen de Maas en de Waal bij Dreumel en Heerewaarden. © Expeditie Over de Maas

3 Romeinen

Nils Kerkhoven had een paar jaar geleden een vreemd muurtje in zijn tuin gebouwd. ,,Wat denk je dat dit is?'', vroeg hij mij. Het waren tot bouwstenen bewerkte Romeinse tufsteenblokken. Het was maar een fractie van de enorme hoeveelheid Romeinse bouwstenen die uit de zandwinplas kwamen. Ook driehoekige stenen kwamen tevoorschijn, bekend van de Romeinse bruggenbouwers. Hoe de gebouwen eruit hebben gezien, is niet meer te zeggen. Maar dat het een nederzetting van betekenis is geweest, is wel duidelijk. Ze dateert waarschijnlijk uit het einde van de eerste of begin van de tweede eeuw van onze jaartelling. Want toen gingen de Romeinen in deze contreien in steen bouwen. Naast stenen kwam ook nog grote hoeveelheid mantelspelden, wapens en andere Romeinse spullen aan de oppervlakte.

Kerkhoven is ervan overtuigd dat de bouwstenen horen bij de verloren gegane plaats Ad Duodecimum. Dat die heeft bestaan, wisten de historici, ze staat op de zogeheten Peutingerkaart. Maar ze werd nooit teruggevonden. Wel zijn aan de overzijde van de Maas Romeinse resten gevonden in Kessel-Lith. Caesar zou daar een veldslag hebben uitgevochten. ,,We mogen nu spreken van het Romeinse gebied Alphen-Dreumel-Kessel-Lith'', zegt Kerkhoven. ,,Het was veel grootschaliger dan we ooit dachten.'' En het gebied lag grotendeels in Maas en Waal, zegt hij met een knipoog. ,,De Maas lag in de Romeinse tijd een stuk zuidelijker, de rivier liep dwars door het huidige Lith.'' En daar lag ergens dus een brug. 

De Romeinse stenen lagen letterlijk op een puinhoop. Ze moeten in de jaren dertig van de twintigste eeuw uit de grond zijn gegraven op de plek waar toen de stuw van Lith is gebouwd. De Maas werd indertijd gekanaliseerd. Grote meanders werden afgesneden en gedempt en de rivier kreeg een minder bochtig traject. In één zo'n afgedamde Maasbocht bij Alphen kieperden de mensen van de Maaskanalisatie de Romeinse bouwblokken. ,,Er zullen toen ongetwijfeld nog veel meer Romeinse voorwerpen zijn gevonden door de arme mensen die er via de werkverschaffing moesten werken. Die zijn verkocht aan verzamelaars'', zegt Kerkhoven.

Verhaal gaat verder onder de foto

Volledig scherm
De Peutingerkaart met Ad Duodecimum. © Expeditie Over de Maas
Volledig scherm
Romeinse mantelspeld. © Expeditie Over de Maas

Verhaal gaat verder onder de foto's

4  Schepen

,,Toen Maas en Waal nog met elkaar in verbinding stonden, was het hier een gevaarlijk en eng gebied'', weet Kerkhoven. Vreemde stromingen en kolken ontstonden, zeker tijdens hoogwaterperiodes. Het grootste scheepskerkhof van Nederland is het gevolg. Het gaat om schepen die niet moedwillig tot zinken zijn gebracht, maar zijn vergaan. Sommige zien eruit alsof ze pas een paar jaar geleden zijn afgezonken. Maar ze stammen uit de middeleeuwen en in een enkel geval zelfs uit de Romeinse tijd. De punter die recentelijk is gelicht, en een week geleden werd getoond aan de pers, is zo'n gaaf exemplaar van wel 700 jaar oud. Met het breeuwsel van mos nog tussen de kieren van scheepsplanken. Dat breeuwsel zorgde dat de boot waterdicht was. ,,Waarschijnlijk is het scheepje lokaal hier gemaakt'', denkt Kerkhoven.

Een tien meter lange boomstamkano uit de Romeinse tijd die ze vonden, zit nog in het zand. Bij de enorme vroeg-middeleeuwse aak die ze aantroffen was het niet mogelijk. Die moest eruit voordat ook dat gebied door de zandzuiger werd weggehapt. Ze hadden tien dagen om het schip, dat nog helemaal intact is, te lichten. ,,Normaal doe je dat in drie of vier maanden. Wij hebben het in een wereldrecordtijd gedaan.'' 

Het schip is de 'Over de Maas VI' gedoopt. Jaarringenonderzoek van het hout leerde dat het was gekapt in de winter van 976/977 in de Ardennen. Het schip is in honderden stukken geborgen die opgeslagen zijn in een koelcontainer. De aandeelhouders van Nederzand betalen de volledige reconstructie. ,,Ik was geen scheepsarcheoloog, maar ik ben het inmiddels wel geworden,'' grijnst Kerkhoven. Er kwamen namelijk in totaal dertien schepen tevoorschijn.

Verhaal gaat verder onder de foto's

Volledig scherm
De Over de Maas VI. © Expeditie Over de Maas
Volledig scherm
Deze puntgave punter van 700 jaar oud werd vorige week vrijdag aan de pers getoond. © Paul Rapp

5 Publieksarcheologie

Archeologisch onderzoek is gebonden aan regels. Voordat de grond wordt verstoord, moet eerst onderzocht worden of er iets bijzonders onder het maaiveld ligt. Boringen in Over de Maas leverden geen bijzondere informatie op. Daarom werd de uiterwaard vrijgegeven. Er was geen archeologisch onderzoek nodig. Vervolgens bleek het 275 hectare grote gebied bomvol historische resten te zitten. Achteraf denk je: hoe kan zo'n gebied niet meteen als waardevol zijn herkend? Waar Maas en Waal samenvloeiden mag je toch logischerwijs scheepsresten verwachten en het bestaan van Fort Nassau was overbekend.

Kerkhoven vindt dat eigenlijk ook. ,,Maar zo'n beslissing terugdraaien, is onbegonnen werk.'' Zijn oplossing: publieksarcheologie. Ofwel redden wat je kunt, met de inzet van vrijwilligers. Je zou het ook no-budget-archeology kunnen noemen. Het is volgens de archeoloog en de zandwinner de enige manier om een monsterproject als dit voor elkaar te krijgen. Het kost veel minder geld, de bureaucratie wordt omzeild, er wordt sneller gewerkt en het resultaat kan toch wetenschappelijk worden verwerkt doordat professionals het toezicht houden. 

,,Dit is de blauwdruk voor de toekomst'', zo is de overtuiging van zandwinner Herman van der Linde. ,,We moeten anders over archeologie gaan denken'', zegt Kerkhoven. 

Verhaal gaat verder onder de foto's

Volledig scherm
Vrijwilligers aan het werk. © Expeditie over de Maas
Volledig scherm
Een amateur-archeoloog met een stuk mammoetschedel. © Paul Rapp
Volledig scherm
Nils Kerkhoven toonde een punter van 700 jaar oud vorige week vrijdag aan de pers. © Paul Rapp

6 Het geheim

De opgraving bleef zeven jaar geheim. Daar was geen ondertekend contract voor nodig. De vrijwilligers kregen op het hart gedrukt niets te vertellen aan anderen, zo laat Ben van Dijk, een vrijwilliger uit Alphen weten. ,,En iedere keer dat er foto's waren gemaakt, riep er wel iemand: 'niet doorsturen hè'. Ik ken een detectoramateur in Lith. Die heb ik het pas verteld toen alles naar buiten kwam. Hij was boos. Maar voordat je het weet ligt alles op straat.'' 

Mensen die aan de dijk wonen in Alphen en Moordhuizen zagen wel dat er van alles gebeurde, maar kregen het fijne ervan niet te weten. Ook de mensen van de zandbedrijven hielden hun mond. Kerkhoven verzocht bij iedere lezing die hij gaf geen foto's te maken van het beeldmateriaal dat hij toonde. ,,Mensen morden wel, maar aan het eind van iedere lezing begrepen ze het wel.''

Verhaal gaat verder onder de foto's

Volledig scherm
Vondsten van botten van oertijddieren in de loods bij het opgravingsterrein. © Paul Rapp
Volledig scherm
Middeleeuwse dolk, wachtend op restauratie. © Expeditie Over de Maas

Het doel van die geheimzinnigheid was het voorkomen van schatgraverij. Als de opgraving algemeen bekend zou zijn geraakt, zou het zwart hebben gezien van de vondstenjagers en was een wetenschappelijke uitwerking onmogelijk geworden. 

7 Hoe het verdergaat

Voor het vervolg is een nieuw model ontwikkeld: adoptie, een soort crowd sourcing. Alle vondsten komen op de site van Expeditie Over de Maas te staan. Vondsten die geadopteerd kunnen worden voor nader onderzoek door specialisten op het gebied van metaal, aardewerk, scheepvaart, noem maar op, krijgen allemaal een kenmerk. Alle kennis wordt gedeeld. Wie onderzoek wil doen of een scriptie wil schrijven, is welkom maar is verplicht zijn kennis weer terug te geven aan het project. Ze krijgen een vondst één jaar te leen. Daarna gaat hun onderzoek online. ,,Dit is nationaal erfgoed'', zegt Kerkhoven. 

Het gebied is van belang geweest door duizenden jaren heen. Om deze opgraving uit te werken zijn decennia nodig en specialisme in tal van archeologische vakgebieden. Geld natuurlijk ook. Want van de overheid hoeft niets te worden verwacht. Maar als Nils Kerkhoven ergens zijn tanden in zet, krijgt hij het voor elkaar. 

Volledig scherm
De drijvende ontzandingsfabriek van Smals in het gebied Over de Maas. © Paul Rapp

Maas en Waal