Onderduikers in het Land van Maas en Waal: anderhalf jaar verstopt in de kerk

VideoBATENBURG/WINSSEN - Tijdens de Tweede Wereldoorlog doken erg veel mensen onder in het land van Maas en Waal. Dat zegt Ard van Hulst van het Maas & Waals Museum 1939 - 1945.

Het gebied was nog vrij geïsoleerd en daarom kwamen de Duitsers er niet graag. Als er Duitse wagens het gebied inreden, werd dat bij de sluis van Weurt al gesignaleerd. Voor inwoners was dat het signaal om rond te gaan bellen en te waarschuwen. De saamhorigheid onder de inwoners was groot. 

Drie portretten van onderduikplekken, in Batenburg, Horssen en Ewijk:

Batenburg

Anderhalf jaar lang zat het Joodse echtpaar Spangenthal verstopt in het oude kerkje van Batenburg. De huisarts en zijn vrouw uit Amsterdam waren er in 1943 terechtgekomen. Hendrik van de Bovenkamp, de koster, en zijn vrouw Hermina woonden tegenover het kerkje en brachten iedere dag eten of schone was.


,,Ik wist er zelf niets van, maar mijn oudere zussen wel’’, vertelt Jan van de Bovenkamp, de 77-jarige zoon, nu beheerder van het kerkje. ,,Als mijn moeder eten wilde brengen, dan gingen mijn zussen vooruit om te spelen op het pleintje. Als het veilig was kwam mijn moeder pas naar buiten.’’

Ies en Miriam Spangenthal sliepen op kussens uit de kerkbanken. Onder de vloer had de koster een schuilplek gemaakt, waar ze in geval van nood in konden kruipen. En als er een kerkdienst was, verbleven ze stil op de zolder, waar ze door de kieren van het plafond alles volgden. ,,Het waren orthodoxe joden, dus vooral als er uit het oude testament luisterden ze goed.’’ Ook was er een signaal afgesproken: als de onderduikers zagen dat er iemand richting de kerk kwam, hingen ze een witte zakdoek over een stoel voor het raam, zodat de koster en zijn vrouw dit konden zien.

Volledig scherm
Het moment dat het echtpaar Spangenthal (links) voor het eerst weer het kerkje kan verlaten, oktober 1944. © Paul Rapp


Het moet angstig geweest zijn, voor zowel de onderduikers, als voor zijn ouders, beseft Van de Bovenkamp. ,,Ze hadden in huis ook nog drie joden. Er moet diepe angst zijn geweest.'' Het echtpaar Spangenthal overleefde de oorlog. Op een iconische foto uit oktober 1944 is te zien hoe ze voor het eerst weer naar buiten stappen. Van hun vier kinderen, die elders ondergedoken hadden gezeten, was er een afgevoerd naar een concentratiekamp. De rest leefde. ,,Ze zijn na de oorlog naar Israël vertrokken. We hebben altijd contact gehouden.''

Het verhaal raakt Van de Bovenkamp ook omdat hij zelf zijn leven weer te danken heeft aan de Joodse arts, toen er difterie was uitgebroken. ,,Ik was nog maar 4, maar weet nog filmisch dat hij die spuit in mijn bovenbeen zette. Hij had de medicijnen gekregen van een geallieerde legerarts. Veel kinderen stierven die dagen aan difterie. Ik voel duidelijk dat hij ook mijn leven gered heeft.’’

Volledig scherm
Het herdenkingsbordje in de Sint Victorkerk in Batenburg. Met Hebreeuwse tekst op de muur. Uitgezocht door mevrouw Spangenthal. © Paul Rapp

HORSSEN

Dat een van de onderduikers op de boerderij van haar ouders een gedeserteerde Duitse soldaat was die in het verzet zat, daarvan had de familie van Corry Hendriks (85) uit Winssen destijds geen idee. ,,Wij wisten niet beter dan dat hij Menno Cannegieter heette. Pas na de oorlog hoorden wij zijn echte naam.’’

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleven verschillende onderduikers op de boerderij aan de Zelksestraat in Horssen. Meestal studenten die zo wilden ontkomen aan de Arbeitseinsatz. Voor haar ouders waren, met twee dochters, extra helpende handen welkom.

Onderduiker 'Menno Cannegieter' sliep in een kamer aan de voorkant, altijd met het raam open. ,,Als er onraad was, verdween hij door het raam. Naar de timmerwerkplaats van de Heerlijkheid Horssen in het bos. Daar heeft hij meermaals geslapen.’’ Hij hielp op de boerderij, maar was ook vaak weg, herinnert Corry Hendriks zich. ,,Na de oorlog kwam hij met zijn moeder langs om te bedanken. Toen hoorden we dat hij een vervalst persoonsbewijs had gehad. Zijn naam was Max Christern. Hij had een Duitse vader en een Nederlandse moeder en moest in Duitse dienst, maar deserteerde. Terwijl hij bij ons zat, heeft hij zijn Duitse uniform gebruikt om voedselbonnen mee te nemen bij distributiekantoren in Druten en Wijchen, voor het verzet.’’

Het liep tragisch af met Christern. ,,Hij had een vliegeniersopleiding gevolgd in Engeland en ging zijn eerste solo-vlucht maken. Veertien dagen nadat hij bij ons op bezoek was geweest, stortte hij met zijn vliegtuig neer in Apeldoorn. Verschrikkelijk. Bij een school, meer dan twintig leerlingen kwamen ook om. Zijn moeder zag het gebeuren en stierf aan een hartaanval. We lazen het in De Gelderlander toen. Het nieuws sloeg bij ons in als een bom.’’

Volledig scherm
Corry Hendriks (85 jaar) bij de timmerwerkplaats van de Heerlijkheid Horssen waar onderduiker Max Christern zich verborgen hield. © Paul Rapp

Ewijk

,,Pastor Visschedijk kwam naar mij toe, en zei: 'weet je wel dat hier op de zolder van de pastorie onderduikers hebben gezeten?’’ Arno Spin, bestuurslid van de Parochie Johannes de Doper,  wist niet wat hij hoorde. Nooit eerder had hij er iets over gehoord. Het was het begin van zijn zoektocht.

Het verhaal bleek afkomstig van de vroegere koster, Wim Bruisten. Die was op dat moment net een half jaar daarvoor overleden. Spin: ,,Het enige wat ik van de onderduikers weet, is dat het ging om een echtpaar, met twee of drie kinderen. De toenmalige pastoor Hootsmans bracht de kinderen naar school, hierachter bij de nonnen in het klooster, en tussen de middag kregen ze hier in de keuken te eten.’’

In de pastorie aan de Julianastraat in Ewijk lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Boven leidt een steile trap naar de zolder, waar links in de hoek een klein kamertje is getimmerd. Het 'Anne Frank-kamertje', zoals het inmiddels wordt genoemd. Het deurtje kan alleen aan de binnenkant gesloten worden. Daarbinnen is een ingebouwde kast met een deurtje en onderin een luik. Bij onraad moeten de onderduikers hierin gekropen zijn. Het kamertje zelf heeft een klein raampje, dat uitkijkt op de oude toren.

Arno Spin heeft van alles geprobeerd om erachter te komen wie er op de zolder van de Ewijkse pastorie verborgen hebben gezeten. Of wie er meer over kan vertellen. ,,Ik heb het aan de kinderen van de vroegere koster gevraagd, heb huishoudsters van vroeger opgespoord, een oproep gedaan in het kerkblaadje, maar tot nu toe is er nog niemand die er meer over kan vertellen. Er werd natuurlijk ook weinig over dit soort dingen gepraat. Tijdens de oorlog was het levensgevaarlijk en na de oorlog wilden de mensen vergeten. Koster Bruisten, de goede man, heeft het verhaal mee het graf ingenomen.’’

Volledig scherm
Arno Spin bij de schuilplek op de zolder van de pastorie in Ewijk. © Foto Raphael Drent

Maas en Waal