1. Ben je bang voor iets, dan loop je erop af. Niets of niemand zal ons eronder krijgen
    PREMIUM
    column nazmiye oral

    Ben je bang voor iets, dan loop je erop af. Niets of niemand zal ons eronder krijgen

    Ik facetimede met mijn moeder over Bir Baskadir, een geweldige Turkse serie op Netflix. Omdat ik daardoor opeens begreep hoe het voor haar moet zijn geweest om zo jong mijn vader te verliezen. En dat het me speet dat ik er toen voor haar niet ben geweest. Ik was jong en had zelf mijn vader verloren, maar toch. Ik had nog een heel leven voor me. Dat van haar was, zo ervoer ze dat, in een klap voorbij.
  2. De gastarbeider weet wie hij is, de migrant moet wortel schieten in het nieuwe land
    PREMIUM
    column Nazmiye Oral

    De gastarbei­der weet wie hij is, de migrant moet wortel schieten in het nieuwe land

    Op TikTok zag ik een filmpje waarin een meisje met hoofddoek en perfect Vlaams accent voor de nep zegt dat ze graag een kerstboom wil, niet voor het geloof maar voor de lichtjes. Zodat een jongen haar, en alle islamitische kijkers, kan uitleggen dat dat niet mag. Want de profeet heeft gezegd: als je de ander nadoet, ben je hetzelfde. Ook al doe je het voor de gezelligheid.
  3. Ben ik zelf een superieure poortwachter als ik mijn moeder en gelijken het toneel op sleep?
    PREMIUM
    column nazmiye oral

    Ben ik zelf een superieure poortwach­ter als ik mijn moeder en gelijken het toneel op sleep?

    Afgelopen week was Adelheid Roosen curator van het programma VPRO MONDO. Een wonderschoon diverse wereld schetste ze daar: van intellectueel Maxim Februari, de sensuele Tunesische dr. Kaouthar Darmoni, tot een twintigtal vrouwen uit de wijken van Amsterdam; de Doula’s, de ‘voedinggevende’ vrouwen van de stad, en dans en muziek van over de hele wereld. De wereld zoal je ’m wenst.
  1. De strijd om onze menselijkheid
    PREMIUM
    column nazmiye oral

    De strijd om onze menselijk­heid

    ‘We schreeuwen en treuren, en krabben aan het vlees van onze zonverbrande wangen, uit angst dat niemand naast ons wil staan in vriendschap, wanneer wij hun bescherming nodig hebben. (…) En – zoals vluchtelingen die de bloedbaden van oorlogverscheurde landen ontsnappen en toevlucht vinden bij jullie altaars – geef ons onderdak en toestemming om veilig deze stad te betreden. We schreeuwen in zielenpijn, wenen en zingen en klagen deze liederen van jammer voor alles wat we hebben verloren. We rouwen om onze eigen dood terwijl we nog in leven zijn!’