Volledig scherm
© Pim Ras

Moment van het decennium: 2014 was weer zo’n zomer

Tien jaar sport, oneindig veel hoogtepunten. Maar wie heeft er niet dat ene moment dat net boven al die andere uitsteekt? In deze serie kiezen onze verslaggevers hun hoogtepunt van het bijna afgelopen decennium. Vandaag: het WK voetbal van 2014.

Door Tim Reedijk

Je hebt van die jaren dat het leven heerlijk zorgeloos is, met warme zomers, veel vrije tijd en een hoop gezelligheid. Voor mij was 2014 – ik was 20 jaar – zo’n zomer. Om de twee jaar wist je: ha, lekker, weer met z’n allen een zomertje Oranje kijken. De WK-finale van 2010 nog vers in het geheugen; het EK van 2012 zag ik maar gewoon als een incidentje. Al wist ik in 2014 ook wel: de kans dat we net zo’n WK zouden meemaken als in 2010 was minimaal. Het materiaal was simpelweg minder, en Louis van Gaal kan van een drol ook geen gebakkie maken, toch?

En dus stapte ik op het fietsje voor Spanje – Nederland, het eerste WK-duel, in de hoop dat het niet gênant zou worden. Toen Xabi Alonso aanlegde voor zijn strafschop hing dat wel een beetje in de lucht. Tot dat ene moment aan het einde van de eerste helft. Daley Blind met die fantastische crosspass, Robin van Persie met het kunststukje dat de signature move van zijn carrière zou worden. Het was nog maar de aanzet voor een legendarische editie van Spanje – Nederland: dé 1-5, dé ultieme revanche voor 2010.

Alle details zijn me bijgebleven, van de ‘houtjetouwtje-uitspraak’ van een uitzinnige Jack van Gelder tot de foto die maanden op de achtergrond van m’n telefoon zou staan: Iker Casillas die compleet verbaasd de bal over zich heen ziet gaan, terwijl Van Persie net op het gras is geland, de armen gespreid. En dan later die maand: de heerlijke ontsnapping tegen Mexico. Ik zag Tim Krul op een groot scherm de penaltyreeks tegen Costa Rica winnen met duizenden anderen op een festival. Brazilië – Nederland keken we op een dorpsfeest. En we wisten: ja, het is weer zo’n zomer...