Volledig scherm
20 september 2019 © Joost Rosendaal

Dagboeken uit frontstad Nijmegen: ‘Hoe vredig is deze aanblik van de dood’

Ooggetuige van de oorlogDe vader van Anneke Fokkinga (23) is directeur van het postkantoor. Ondanks alle gevaar gaat hij van huis (St. Annastraat 512) naar de Van Schevichavenstraat. Bij terugkomst doet hij verslag:

De Nijmeegse historicus Joost Rosendaal bestudeerde tientallen dagboeken van gewone Nijmegenaren die zij bijhielden in de periode dat Nijmegen frontstad was (september ’44 - mei ’45). In een wekelijkse serie (tussen 16 en 22 september dagelijks) herbeleven we deze dramatische oorlogsmaanden, precies 75 jaar later. Lees hier de andere verhalen.

De hele nacht blijft het geschut dreunen, op 20 september. De Duitsers en geallieerden bestoken elkaar vrijwel onafgebroken met granaten. De Nijmegenaren zitten angstig in hun kelders of slaan in een gevechtspauze op de vlucht. In het brandende centrum woeden huis-aan-huisgevechten.

'De Amerikanen hadden hun intrek in het postkantoor genomen. In de kelder hadden ze voorlopig Duitse gewonden en krijgsgevangenen geborgen. In de seinzaal zaten ze op primussen hun potje te koken. Tussen de soldaten in, en nauwelijks van hen te onderscheiden, zaten een generaal en een majoor. Een soldaat was bezig met een radio-installatie en een paar anderen bestudeerden de landkaart van de omgeving. Het leek er een gezellige boel. Ze trokken zich van de onrust en de gevechten in de binnenstad weinig aan. Er was geen hakkengeklap en geschreeuw zoals bij de moffen. Af en toe, als de Duitse granaten heel dichtbij insloegen, ging iedereen de kelder in.'

Vlakbij Fokkinga woont Toine Janssen (38) met zijn gezin:
‘We hebben een zeer enerverende namiddag achter de rug en zijn allemaal echt moe. 't Artillerievuur is verschrikkelijk, knalt om er gek van te worden en zonder ophouden. Af en toe vliegtuigen, zodat we 't grootste deel van de namiddag in de kelder zitten. De kinderen en ook mama schrikken praktisch bij iedere knal. 't Is dan ook niet te verwonderen dat op een gegeven moment 't mama te veel wordt en zij een huilbui krijgt. Wat is oorlog toch een verschrikkelijk iets en iets waanzinnigs.’

Volledig scherm
© Arrchief Joost Rosendaal

De angst is niet irreëel. Pater Bernard Dodenbier (40) moet geestelijke bijstand geven op de Anjelierenweg 35:
‘Ik huiver bij de gedachte van de misvormde lichamen die ik aanstonds zal moeten zien. Zal ik de aanblik kunnen verdragen? Nog nimmer heb ik zoiets meegemaakt. Mijn God, sta mij bij!

‘De laatste stap wordt gezet: we staan in de getroffen kamer. Door het raam is de granaat binnengeslagen; een vreselijke ruïne in het vertrek. Zes lijken liggen in het rond. Een klein manneke aan mijn voeten, met het gezicht naar de grond, beweegt nog even het hoofdje. Ze liggen allemaal onder het stof en het bloed.

‘Niets van de walging die ik me voorgesteld had. Hoe vredig is deze aanblik van de dood. Geen van angst verwrongen gezichten, geen spoor van pijn of doodstrijd, doch de onvervalste trekken van het bloeiend leven, waaruit ze zonder de minste overgang zijn overgegaan in de dood. Zijn ze wel dood?’

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.

In samenwerking met indebuurt Nijmegen

Nijmegen e.o.