Volledig scherm
Anneliek Peters voor het huis (in het midden met donkere baksteen) aan de Waalkade 51 waar haar oma vroeger heeft gewoond. © Paul Rapp

‘Mijn oma kan haar verhaal niet meer doen, laten we samen de Nijmeegse verhalen vastleggen’

NIJMEGEN - De grootmoeder van Anneliek Peters overleefde als kind ternauwernood het bombardement op Nijmegen in ‘44 en maakte de frontstadtijd mee. Maar vragen wat ze heeft meegemaakt, kan niet meer. 

,,Op de dag van het bombardement had de moeder van mijn oma een onderbuikgevoel”, vertelt Peters. ,,Ze haalde haar kinderen daarom eerder op bij de kleuterschool van JMJ. Ze waren net onderweg toen de bommen vielen en zijn naar een schuilkelder gevlucht. De school werd getroffen. Onderweg hebben ze vreselijke dingen gezien. Daar heb ik later wel iets over gehoord van de zus van mijn oma. Maar mijn oma heeft er nooit over gepraat. Ook niet over de frontstadtijd, die ze heeft meegemaakt toen ze aan de Waalkade woonde. 

,,Mijn opa was altijd degene die verhalen vertelde, meestal spannende jongensverhalen. Mijn oma gaf hoogstens een keer commentaar als ze vond dat hij te veel overdreef. Ik had haar er wel naar willen vragen, maar afgelopen zomer overleed ze plotseling. Dat betekende veel verdriet, en ook het besef dat ik nooit meer haar verhaal kon horen.” Doodzonde, vindt ze. ,,Zo verdwijnen er iedere dag verhalen van mensen die overlijden. Mensen die uit zichzelf niet snel hun verhaal doen. Die denken dat hun verhaal wel niet zo belangrijk zal zijn. Maar ieder persoonlijk verhaal is een stukje van de geschiedenis.” 

Nijmeegse verhalen

De 23-jarige Peters, die een grote interesse voor geschiedenis heeft en Interdisciplinaire Kunsten studeert, besloot het vastleggen van verhalen te kiezen als afstudeerproject. Nijmeegse verhalen over de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouwperiode erna, pakweg tussen 1940 en 1970. Verhalen over bijzondere gebeurtenissen, het dagelijks leven, de rol van religie en wat er over de jaren allemaal is veranderd. Onder meer het Regionaal Archief Nijmegen en de gemeente Nijmegen hebben eraan meegewerkt en het heeft een bijzondere expositie en een ambitieus project opgeleverd: Before we Forget. 

Tijdsdruk

Op de expositie in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis zijn verhalen van vijf Nijmegenaren te horen, een van hen is de grootvader van Peters. Bezoekers kunnen fragmenten beluisteren in fauteuils die passen bij de sfeer bij de geïnterviewden thuis. Ook zijn er vitrines met objecten die passen bij de verhalen, zoals een granaat waar een warmwaterkruik van is gemaakt. En er zijn authentieke documenten en foto's te zien. Daarnaast vormt de expositie de aftrap van het gelijknamige 5-jarige project dat het publiek oproept mee te helpen. ,,Toen ik deze vijf interviews had gedaan, merkte ik al snel hoeveel onontdekte verhalen er nog zijn. Maar ik kan niet in mijn eentje al die ouderen interviewen, en er zit ook nog tijdsdruk achter. Daar heb ik echt hulp bij nodig.”

Bewaren

Bij de expositie kunnen mensen zich inschrijven, om te interviewen of om geïnterviewd te worden. Ook komt er een website met handige tips voor de interviewers en wordt er in het najaar een korte cursus gegeven. Anneliek Peters hoopt dat er een uitgebreide databank kan ontstaan, om de kennis over de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw vanuit de beleving van ooggetuigen verder uit te breiden en openbaar beschikbaar te maken. Waar ze erover heeft verteld, heeft ze al enthousiaste reacties gekregen. ,,Veel mensen hebben gezegd dat ze komen helpen. Ik merk dat de geschiedenis van de stad voor veel Nijmegenaren ook belangrijk is. Misschien wel hier zoveel is gebeurd en de mensen de stad na de oorlog samen moesten opbouwen. Geschiedenis leeft in deze stad. Dus laten we de verhalen samen bewaren.”

De expositie Before we Forget wordt zaterdagmiddag om 14.00 geopend in de Mariënburgkapel, het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis. Paul van der Flier, expert op het gebied van oral history van het Regionaal Archief Nijmegen, zal de expositie inleiden met een korte lezing. 

Ooggetuige Meneer Streefland (1923), werkte tijdens de oorlogsjaren als electriciën voor de gemeente Nijmegen. Een fragment uit zijn verhaal:

‘En toen in mei, dat moet ik ook nog even vertellen, dat weet ook bijna niemand. Een week van tevoren (...) was ik al druk met herstel, opruimen, weet je wel, kabels repareren dat de lantaarns weer konden gaan branden. (..) dat was al in april, die oorlog zou nou eens een beetje afgelopen zijn en het zou natuurlijk wel leuk zijn als dan weer de verlichting brandde. Alles was kapot, weet je wel. Nou, ik had verschillende monteurs. Die automaten liepen al wel, een beetje, en en toen ineens ‘s avonds kwart voor acht werd er afgeroepen dat Duitsland zou capituleren. 4 mei was dat, of er wat licht kon branden. En toen ben ik met een goeie vrind van mij naar de Veemarkt gegaan. (..) En ik naar die binnenplaats met die automaat, die was al ingeschakeld maar alle zekeringen zaten los. En nou vertel ik een historisch verhaal, dat geloof je niet, ik draai die zekeringen vast en toen hoorde ik een beetje gejuich in de verte en hoe meer zekeringen ik vastdraaide, hoe meer het gejuich werd. En toen kwam ik weer onder die poort uit, ik zie het nog voor me, we hadden vier jaar in het aardedonker gezeten, en nu een heel zacht geel licht, prachtig mooi. En al die mensen ‘whoho’ en er kwam eerst een trommel te voorschijn en iemand had nog een trompet, maar een zo’n Canadees ‘pang pang’ die schoot meteen zo’n lamp kapot. The war is over! Dat was toen prachtig mooi.’

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.

In samenwerking met indebuurt Nijmegen

Nijmegen e.o.