Lees het verhaal van schrijfster Babs Gons over een mysterieuze stiefvader

#ikleesthuisVandaag lees je in de serie #ikleesthuis het verhaal van Babs Gons over een bijzondere stiefvader. In de maand mei schrijven 15 bekende schrijvers korte verhalen om de Nederlanders een hart onder de riem te steken.

Luister je liever naar het verhaal? Klik op bovenstaande video waarin Babs Gons het zelf voorleest.

Een huis vol


-Ik ga dat huis niet meer in, zei Marie.
-Is het zo erg dan? vroeg ik.
- Wanneer ben je voor het laatst geweest?

Ik dacht even na.
-Met Pasen. We hebben toen buiten gezeten en ik heb eerlijk gezegd niet zo op het huis gelet, loog ik.
-Dat geloof ik niet, zei Marie.

Je leest een verhaal van schrijfster Babs Gons
Volledig scherm
Je leest een verhaal van schrijfster Babs Gons © Lexie Spiegelreflexie

Mijn moeder was op haar drieënvijftigste een heel nieuw leven begonnen. Na meer dan tien jaar alleen te zijn geweest vertrok ze opeens naar Louisiana. Een half jaar later kwam ze weer terug. Ze had er een man ontmoet en twee weken na haar terugkomst voegde hij zich bij haar.

De eerste keer dat ik en mijn zus het huis van mijn moeder betraden na haar terugkomst troffen we haar nieuwe man op de bank in de huiskamer. Niet alleen hij was nieuw maar ook de bank waar hij op zat, de poef waar zijn enorme voeten op rustten, de fleecedekentjes die over de leuningen hingen, de tafel, de gordijnen. En midden in dit vreemde tafereel stond mijn moeder te stralen.

-Dit is Sylvester, zei mijn moeder.

Ze ging achter hem staan en legde haar handen op zijn schouders. Sylvester lachte een mond vol gouden tanden bloot. Hij maakte geen aanstalten om ons een hand te geven dus zwaaiden we maar een beetje naar hem.

Niet veel later zette mijn moeder een pan spaghetti en een pan saus op tafel en waren we om de ronde eettafel gaan zitten. Nadat ze iedereen had opgeschept vroeg Sylvester om suiker en strooide vervolgens een paar flinke scheppen over zijn spaghetti.

-Wie doet er nou suiker over zijn eten, zei Marie in de auto terug.
-Ik vond het wel een aardige man, zei ik.
-Zag je dat er twee televisies boven elkaar stonden, zei Marie.
-Ja ik zag het, antwoordde ik, best wel raar.
-En die bank, wat een monsterlijk geval. Net plastic, zei Marie. En dat televisiemeubel!
- Ja daar verbaasde ik me ook wel over. Dacht dat ze dat altijd heel lelijk vond.

Toen ik een paar weken later weer mijn moeder bezocht, dit keer alleen, was het eerste dat me opviel dat het huis voller was.

-Heb je het weer veranderd, vroeg ik mijn moeder.
-Hmm, antwoordde ze, misschien hier en daar wat nieuwe meubeltjes en ze wuifde even met haar hand van rechts naar links.

Ik volgde haar hand en maakte in mijn hoofd een inventarisatie van alles wat ik de vorige keer niet had gezien. Drie bijzettafeltjes, de ene net een maat groter dan de andere. Daarnaast een ouderwets kastje met ingebouwde naaimachine, drie stoelen met fluwelen bekleding, een met een grote scheur, een houten servieskast met glazen ramen waar een hoekje van af was.

-Doet ie het nog, vroeg ik wijzend naar de naaimachine.
-Weet ik niet, antwoordde ze. Wil je koffie?

Terwijl ze de keuken in verdween kon ik mijn ogen niet van het enorme televisiemeubel afhouden.

Meer lezen
Enthousiast geraakt? In het #ikleesthuis-dossier vind je nog veel meer mooie en spannende verhalen van bekende Nederlandstalige schrijvers. Onder andere Jan Siebelink, Suzanne Vermeer, Herman Brusselmans en Marion Pauw verschenen al eerder op deze site.

-Het is hier nu wel heel anders, zei ik voorzichtig toen ze de kamer weer binnenkwam. Vind je niet mam? Zo’n televisiemeubel…
-Ja, vind je? vroeg ze.
-Nou, zei ik, jij vond dat toch altijd best wel burgerlijk? Zo’n groot meubel? En beukenfineer, dat vond je toch ook altijd lelijk?
-Ah ja, maar Sylvester…nou weet je, we kregen dit gewoon. En we moeten een beetje zuinig doen.

Twee salontafels met ingelegde steentjes, een fauteuil met een vering die door het leer heen stak, een stellingkast, drie opgestapelde houten kisten, een plastic keukentrolley en een paar kartonnen dozen onder de kapstok later was ik weer op bezoek. Er waren pas drie weken verstreken. Mijn moeder zat als een koningin in het midden van al deze spullen met een mand vol breiwerk naast Sylvester, die op twee televisietoestellen tegelijk aan het kijken was.

-It’s getting pretty full in here, zei ik terwijl ik met mijn thee een plekje probeerde te vinden op de bank tussen hen in.

-Praat maar gewoon Nederlands hoor, zei mijn moeder. Leert ’ie de taal sneller.

Ik keek naar Sylvester die van het ene toestel naar het andere keek alsof het een tenniswedstrijd was.
-Veel spullen, zei ik nadrukkelijk zijn kant op. Hij had zich naar mij toegedraaid. Lots of stuff, zei ik er nog snel achteraan want ik zag dat hij het niet had begrepen.

-Oh yeah. Hij keek tevreden om zich heen en spreidde zijn armen. A rich’s man’s trash is a poor man’s treasure.

Hoe konden wij hier nou zoveel goede spullen weggooien? Ik gaf hem gelijk, het grofvuil lag vol met mooie bruikbare dingen die makkelijk nog een tweede leven konden hebben. Mijn eigen huis stond vol nog gave meubels van de straat en de kringloopwinkel. Sylvester vertelde dat hij elke donderdag- en maandagavond langs het grofvuil ging. Schat zoeken, noemde hij het. Treasure hunting.

-En, vroeg Marie toen ik weer thuis was. Hoe was de situatie?
Ik negeerde haar vraag en vertelde haar wat Sylvester had gezegd.

- A rich’s man’s trash is a poor man’s treasure? Wat een onzin!
-Ik vind het juist wel mooi, zei ik, we gooien veel te veel weg hier.
-Maar dat betekent toch niet dat je er je huis mee moet vol stouwen. Al die spullen die niet nodig zijn. En kapot.
-Maar ze verkopen ook weer heel wat Marie, via Marktplaats. Mama zei dat ze best goed verkopen.

-Het meeste is echt troep, dat verkoopt nooit.
-Nou van de week nog vertelde mama dat ze een oude racefiets die Sylvester langs de weg had gevonden voor 150 euro heeft kunnen verkopen. Het bleek een vintage frame te zijn.
-Oke. Maar dat klinkt als een gelukje.
-En ze vertelde ook nog dat ze een of andere waterpomp had gevonden die binnen een half uur was verkocht.
-Oke Basha, punt gemaakt. Maar heus, het meeste is troep, heb je zelf toch ook gezien. En dat staat daar maar te staan in dat huis.

Dat er inderdaad ook veel in het huis bleef staan zag ik een paar weken later, toen Marie en ik samen naar mijn moeders verjaardag gingen. Marie had me de avond ervoor gebeld en gezegd dat ze niet wilde gaan.

-Tuurlijk wel, waarom zou je niet gaan? Mama is jarig! zei ik.
-Het is zo krap, ik word er bijna claustrofobisch, zuchtte ze.
-Ach, het valt hartstikke mee. En ze hebben vast wel weer wat kunnen verkopen.
Ik haalde haar over om mee te gaan. En ik hoopte vurig dat het mee zou vallen.

Al vanaf het tuinpad zag ik dat het niet meeviel. Waar ik normaal vanaf het voortuintje door het keukenraam via de huiskamer de achtertuin in kon kijken, zag ik nu een grote donkere wand. Toen we binnenkwamen en we ons door de gang hadden geworsteld, waar de kapstok nu vol hing met zware jassen, tassen en waaronder een stapel dozen stond, zag ik dat de kamer werd gescheiden door een hoge eikenhouten kast die het licht tegenhield dat door het keukenraam kwam. Het was niet het enige meubel dat erbij was gekomen. Omdat het vrij donker was, struikelde ik al meteen over een stapel krukjes die ik eerder niet had gezien en vlak voor de deur naar de tuin stond nu een grote sta-klok zonder wijzers.

Mijn moeder had ons snel naar buiten gedirigeerd waar een gedekte tafel stond met een zelfgebakken taart, een koffiekan en wat kopjes. Omdat het nog best fris was had mijn moeder wat fleecedekentjes over de stoelen gelegd. Marie was in de deuropening blijven staan en had achterom gekeken.

-Jeetje mama, zei ze. Zoveel spullen, hier kan je toch niet meer in wonen zo.

Moeder had door het raam naar binnen gekeken alsof het haar niet eerder was opgevallen.

-Ach, zei ze, het is allemaal tijdelijk. Die kast wordt morgen misschien opgehaald, ze wees naar de hoge eikenhoutenkast midden in de kamer. En, vervolgde ze, ik heb net weer een servies verkocht dat Sylvester in een zak langs de weg vond. Nog in de doos! En die kratten, ze wees de gang in, daar zitten boeken in. Die verkoop ik binnenkort ook weer.

Er kwam die dag verder geen bezoek.
-Gewoon gezellig met zijn viertjes.

Sylvester vertelde ons over zijn tijd in het leger. Marie schoof onrustig heen en weer op haar stoel en ik voelde hoe ze steeds naar me keek. Ze wilde weg. Maar ik had haar genegeerd, ik wilde naar Sylvester luisteren.

Toen hij uitverteld was, ging ik nog even naar de wc. Ik was naar boven gelopen omdat er voor het toilet beneden een grote koffer had gestaan. Boven zag ik dat de deur van de slaapkamer niet dicht kon omdat een enorm kledingrek in de opening stond. En dat kwam omdat naast het kolossale bed vier nachtkastjes en negen dozen met videobanden stonden die het kledingrek praktisch de kamer uit duwden. Naast de slaapkamer had Sylvester zijn eigen kamertje met een enorm aquarium en dat verder was volgebouwd met platenspelers, platen, radio’s en boeken. In het midden stond een stoel met een leuning die met een groot stuk tape vastgeplakt zat.

-Boven is het al net zo erg, zei Marie op de terugweg. Heb je dat gezien?
-Nou ja, zei ik, dat viel toch wel mee?
-Jezus, zei Marie, zie je niet wat voor bende het is. Zie je niet hoe anders alles is. Zie je niet hoe mama opeens heel anders is? Mama, ze verhief haar stem, hield nooit van televisiemeubels. Mama hield niet eens van teevee. Mama gruwelde van Ikea en Leen Bakker. Mama hield van kralengordijnen, van zelf gemaakt, van geknoopte wandkleden, van gebreide kleedjes. Niet van fleece.

-Maar, zei ik, een mens mag toch ook veranderen. Dat is toch oké? Je verandert toch ook vanzelf een beetje met een nieuw iemand? En als Sylvester dit nou mooi vindt?
-Oh Basha, zei ze, jij vind alles oké hè?
-Nou, dat niet, zei ik. Maar ik zie gewoon niet echt het probleem.
-En die vent, ging Marie door, wat weten we nou echt van hem, behalve dat hij in het leger zat.

-Wat weet je eigenlijk van hem, had ik mijn moeder even daarvoor gevraagd. We zaten samen in de tuin en Sylvester zat binnen naar herhalingen van Pawn Stars en een zwart-wit film te kijken op de twee teevees.

Een grote glimlach verscheen op mijn moeders gezicht.

-Het is zo’n mooi mens, hij heeft zoveel meegemaakt maar is toch zo… begon ze. Hij is een echte self made man.
-Wat bedoel je daarmee, vroeg ik.
-Nou, kijk naar hem, hij had eerst niks, hij komt van de straat, heeft gevochten in het leger en nu zit hij hier, in een huis vol spullen. Tevreden te zijn.

Ik keek naar hem door het raam. Keek naar het gouden kruis om zijn nek.

-Met de hulp van God, zei ik.
Ze keek me even vragend aan.
-Heeft hij je dat verteld?
-Nee, zei ik, dat was een gokje.

Na moeders verjaardag weigerde Marie nog langer te gaan. Ook ik stopte even later met bezoekjes. De laatste keer was ik maar kort gebleven. Het huis stond nu zo vol dat ik me ongemakkelijk had gevoeld. Het leek ook of we minder tegen elkaar te zeggen hadden. Of misschien ging praten moeizamer met al die spullen tussen ons.

Op een avond belde mijn moeder. Ze vertelde dat ze ruzie met Sylvester had gehad.

-Ach, een ruzie mag het niet heten, had ze er snel achteraan gezegd.

Haar stem klonk vermoeid. Ze had die ochtend op weg naar het verzorgingstehuis waar ze werkte een enorme container vol spullen voor het huis van de overburen zien staan.
-Ik ben toen snel weer naar binnen gegaan en heb Sylvester gevraagd om alsjeblieft niets uit de container te halen.

Het viel even stil.

-En, vroeg ik toen. Heeft hij…?
Ze begon te snikken.
-Basha, zei ze tussen het snikken door.
-Is het erg, vroeg ik.
-Het is heel erg, zei ze.

Toen ze even daarvoor thuisgekomen was had ze vanaf de weg gezien dat er van alles in het voortuintje stond. Kapotte stofzuigers, dozen vol oude pannen, zakken vol kleding, kratten met gebroken en incompleet speelgoed, stapels stoelen met mankementen, houten tafels, oude fietsen, een autostoel, een step met een wiel, stonden verspreid over het gras. In de achtertuin stond nog veel meer. En in het midden van al deze spullen zat Sylvester rustig een sigaretje te roken.

-Ik heb tegen hem geschreeuwd. Ik kon gewoon niet geloven dat hij zoiets in zijn hoofd zou halen.
-Maar waren er geen dingen bij die je nog kan verkopen? vroeg ik.
-Ha, zei ze, dat zei hij ook. Hij zei dat we het allemaal konden verkopen. Nee joh, echt allemaal oude troep. Ik was zo kwaad. Ik heb echt hele nare dingen geroepen. En nu praat hij niet meer tegen me.

Mijn moeder had een stofzuiger omhoog gehouden en hem voor de voeten geworpen wie er nou een kapotte stofzuiger wil kopen. Ze had het ding voor hem neergesmeten. Vervolgens had ze hard tegen een krat met speelgoed getrapt en was toen het huis in gestoven waar ze achter een houten trolley met drie poten was blijven haken en tegen een kastje aan was gevallen.

-Ben je gewond, vroeg ik, zal ik komen?
Het was niet nodig had ze gezegd, ze had maar een klein wondje op haar hoofd.

Twee dagen later belde ze weer. Haar stem klonk opgewekt.
-Het is weer goed, zei ze. We hebben alles uitgezocht en heel wat van de kapotte spullen terug naar het grofvuil gebracht.

Ik vertelde haar dat ik blij voor haar was en snel weer zou komen.
-Misschien, zei ik er voorzichtig achteraan, kan ik een beetje helpen met opruimen.
-Dat zou wel fijn zijn, zei ze.

In de weken erna belde ik mijn moeder meerdere keren maar ze nam niet op. Ik had Marie niets verteld van het voorval maar ik besloot haar te vragen of ze moeder had gesproken.

-Drie weken?! schreeuwde Marie door de telefoon, zo lang al niet!
-Nee, ja hallo, ik was zelf ook druk.
-Maar dat is wel erg lang. Je moet langs gaan!
-Ik wil niet langsgaan. Waarom ga jij niet langs?

Maar ik wist dat ik het moest doen. Marie zou ik niet kunnen overhalen en ik maakte me zorgen, mijn moeder belde altijd binnen een dag terug maar nu bleef het stil.

Net toen ik besloot om te gaan, belde mijn moeder. Ze had me niet eerder terug kunnen bellen, vertelde ze, want ze was de telefoon kwijt geweest. Ze klonk dof.

-Je klinkt alsof je in een heel klein doosje zit, zei ik.
-Ik zit in een heel klein doosje, riep ze terug. Je zou het moeten zien. Het zit heerlijk. Eigenlijk, ging ze door, heb je maar heel weinig ruimte nodig.
-Maar waarom zit je daar mama? En waar is Sylvester?

-Ik zit hier nou ja…er is niet zoveel ruimte meer. Maar het zit dus heerlijk. En Syl…ja die zit ook in een doos. Verderop. Ik zag hem eergisteren nog.

-Mam, riep ik, eergisteren! Wat is er aan de hand? Ik kom er nu aan.
-Nee, nee, zei ze terug, je hoeft echt niet langs te komen. Het gaat echt prima hier, echt, geloof me. Maar ik moet nu gaan, ik moet…ik moet iets.
-Wat dan? maar ze had al opgehangen.

Ik vertelde Marie dat ze zich geen zorgen hoefde te maken, dat alles goed was, mama was alleen haar telefoon kwijt geweest. Ondertussen maakte ik me steeds meer zorgen. Net toen ik, na herhaaldelijke keren tevergeefs bellen, besloot om naar haar toe te gaan, zag ik haar nummer in mijn scherm verschijnen.

-Het gaat goed Basha, schreeuwde ze. En met Syl ook!
-Waarom schreeuw je zo, vroeg ik haar.
-Sorry, zei ze, ik zit in een kast.
-Mam, wat doe je in een kast? Wat is er aan de hand?
-Ach Basha, het is heerlijk. Weet je dat je echt echt echt niet zoveel ruimte nodig hebt als mens.

Syl zit nu in een krat boven.

-Maar hoe dan, vroeg ik. Dat kan toch niet. Je kan toch niet zo leven! Nu klonk ik als Marie.
-Het gaat echt goed, herhaalde moeder. We hebben elkaar al een tijdje niet gezien maar we praten veel. We groeien steeds meer naar elkaar toe. Nou, spiritueel dan, lachte ze hard.

Ik hing op, sprong in de auto en reed zo snel ik kon naar het huis van mijn moeder.

Deze samenwerking is tot stand gekomen met het CPNB. Voor meer verhalen kun je terecht op Hebban.nl

Vandaag lees je in de serie #ikleesthuis het verhaal van Babs Gons. In de maand mei schrijven 15 bekende schrijvers speciaal voor tijdens de coronacrisis korte verhalen om de Nederlanders een hart onder de riem te steken.
Volledig scherm
Vandaag lees je in de serie #ikleesthuis het verhaal van Babs Gons. In de maand mei schrijven 15 bekende schrijvers speciaal voor tijdens de coronacrisis korte verhalen om de Nederlanders een hart onder de riem te steken. © CPNB