Het dagelijks bestuur van de provincie Gelderland. Met vlnr: Peter van 't Hoog (ChristenUnie), Peter Kerris (PvdA), Peter Drenth (CDA), John Berends (commissaris van de Koning), Jan Markink (VVD), Christianne van der Wal (VVD), Pieter Hilhorst (algemeen directeur) en Jan van der Meer (GroenLinks)
Volledig scherm
Het dagelijks bestuur van de provincie Gelderland. Met vlnr: Peter van 't Hoog (ChristenUnie), Peter Kerris (PvdA), Peter Drenth (CDA), John Berends (commissaris van de Koning), Jan Markink (VVD), Christianne van der Wal (VVD), Pieter Hilhorst (algemeen directeur) en Jan van der Meer (GroenLinks) © Provincie Gelderland

Provincie Gelderland: ‘We moeten onze welvaart laten passen bij de draagkracht van de natuur’

opinieDe discussie over stikstof drukt ons weer eens met de neus op een feit dat we niet altijd willen erkennen: we leven in een klein land. Een klein land met veel welvaart en dus ook veel wensen. Daar is op zich niks mis mee, maar veel van die wensen vragen letterlijk ruimte. En juist daar hebben we niet veel van. Tijd om er eens anders naar te kijken. Of juist zoals we het altijd deden.

Bijna elke week staan er op onze agenda onderwerpen die hoe dan ook ruimte vragen. Of het nu gaat om zonnevelden, wegen, fietspaden, landbouw, natuurontwikkeling, woningbouw of bedrijventerreinen. Ze leggen allemaal beslag op ruimte. Heel lang hebben we kunnen werken met het koppelen van verschillende doelen. Het gevaar van hoog water in de rivieren bestrijden we door de rivier meer ruimte te geven aan het water, maar ook aan de natuur en recreatie, zoals in Lent en bij Veessen-Wapenveld.

Onze voedselproductie is zo efficiënt geworden dat alleen de Verenigde Staten meer voedsel exporteren dan ons kleine landje.

Quote

Zo langzamer­hand lijken we echt tegen grenzen aan te lopen

Niet alles kan

Al met al heeft ons dat geen windeieren gelegd: we zijn één van de welvarendste landen in Europa.

Maar zo langzamerhand lijken we echt tegen grenzen aan te lopen. Grenzen die de natuur stelt en grenzen die we zelf stellen. Haalden we de energie decennialang uit de grond, nu moeten we bovengronds nieuwe energiebronnen aanleggen, in de vorm van windmolens en zonnevelden. De klimaatverandering dwingt ons om ruimte te bieden aan de opvang van extreme hitte, extreme regen én droogte. Bijvoorbeeld met meer groen in de steden en meer wateropvang.

De stijgende zeespiegel zal er ook voor zorgen dat de rivieren minder gemakkelijk het water kunnen afvoeren. En om de kwetsbare natuur te beschermen, ontkomen we niet aan ingrepen in de bronnen van de stikstofuitstoot. Combineer dat met het gegeven dat we in Nederland pakweg 700.000 woningen moeten bouwen tot 2030, dan dringt zich het besef op: we zullen op een andere manier naar onze ruimte moeten kijken. De titel van het rapport Remkes, Niet alles kan, lijkt ons al te willen sturen in een richting van drastische keuzes.

Voorbeeld in de hele wereld

Quote

We hebben maar één samenle­ving én maar één aarde. Beide koesteren we

Maar is het ooit anders geweest? Al in de 17e eeuw was soms de klacht te horen dat ons land te vol was; een opmerking die in alle daaropvolgende eeuwen terugkwam. In de jaren ’50 stimuleerde de regering actief emigratie, om te voorkomen dat ons land te vol zou worden. Het is niet minder vol geworden.

We hebben dat aangepakt door op een creatieve en innovatieve manier naar onze ruimte te kijken: onze manier van omgaan met water en grond is nog altijd een voorbeeld in de hele wereld. Of het nu gaat over nevengeulen, inpolderen of andere manieren om met hoog water om te gaan. En we kunnen vinden wat we willen van onze agrarische sector, maar dat we er in geslaagd zijn om op de postzegel die Nederland is op de wereldkaart één van de belangrijkste voedselproducenten van de wereld te worden, hebben we aan diezelfde manier van innoveren te danken.

Tegelijkertijd zijn we er in geslaagd om een welvaartsstaat in stand te houden die, mondiaal beschouwd, gezien mag worden.

We krijgen er nu een uitdaging bij. Namelijk onze denkkracht en organisatietalenten in te zetten om dit allemaal veel natuurvriendelijker te maken. Want doorgaan op de manier waarop we de afgelopen decennia hebben gewerkt, is geen optie. De grote opgaven voor de komende jaren is hoe we onze welvaart kunnen laten passen bij de draagkracht van de natuur. Dat vraagt veel van ons. Het vraagt wel van ons dat we beseffen een gemeenschappelijk probleem te hebben dat we alleen samen op kunnen lossen: we hebben maar één samenleving én maar één aarde. Beide koesteren we.

Bij deze aanpak werkt het niet als iedereen vanuit de eigen loopgraaf de ander blijft bestoken: een loopgraaf brengt niks in beweging en leidt alleen tot stilstand. Het kabinet heeft al laten zien dat er duidelijke keuzes gemaakt moeten worden die de één met gejuich en de ander met weerzin zal begroeten.

Open discussie

Ook in Gelderland hebben we veel te doen om de natuur te versterken. We pleiten daarbij voor een open discussie, waarbij we over de eigen overtuigingen heen willen kijken. Daar horen geen verboden onderwerpen, geen taboes bij. En ook geen angst voor ingrijpende en soms pijnlijke besluiten.

Net zoals in de samenleving lopen ook in ons college de opvattingen uiteen. Het zou niet goed zijn als dat niet zo was. Maar we zijn er tegelijkertijd van overtuigd dat we er samen uit moeten en gaan komen.

De provincie is de bestuurslaag die zich al decennia vooral met de inrichting van de ruimte bezighoudt.

Wat ons betreft nemen we het voortouw in deze discussie.

Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland: John Berends, Peter Drenth, Peter van ’t Hoog, Peter Kerris, Jan Markink, Jan van der Meer, Christianne van der Wal