Volledig scherm
Chinees eethuis Wing Kee in Arnhem. © Marina Popova

Wing Kee: Buikspek, tegen alle doktersadviezen in

Over de TongARNHEM - Een buurtchinees, zeggen de mensen van Wing Kee over hun eethuis in Arnhem. Toch wil ik er best een half uur voor in de auto zitten.

Laat ik even met de deur in huis vallen. Bij Wing Kee stap je qua inrichting op zijn hoogst een cafetaria de luxe binnen. Maar dat kan mij niks schelen. We komen hier voor de fo-nam, spek babi pangang, want die is onweerstaanbaar. Eén hap en je eet tegen alle doktersadviezen in een schaal varkensspek leeg.

Volledig scherm

Chinees eethuis staat op de gevel. Eerst passeer je de Aziatische supermarkt als je over de Johan de Wittlaan richting het centrum van Arnhem rijdt. En dan is daar Wing Kee. Het is klein en eigenlijk onooglijk aan de buitenkant. Als ik binnen stap, vrees ik voor een plek, maar we hebben geluk. In de zaak staan 6 tafels die op een tafel na bezet zijn door Aziaten. Aan de bar zitten nog drie mensen met de blik op de mintgroene papieren menukaart. Eten afhalen is hier even duur als nuttigen aan tafel trouwens.

Opmerkelijk aan dit Chinese restaurant is het ontbreken van het luik. Ik heb zelf een paar jaar in de bediening gewerkt bij een Chinees restaurant in mijn geboortedorp, en zelfs ik als personeelslid heb nooit achter dat luik mogen kijken. Maar bij Wing Kee willen ze de keuken juist laten zien. Achter de bar kijk je door een groot raam letterlijk bij de koks op de vingers. De vlammen in de wokken zorgen voor een fraai schouwspel, ik zie drogend vlees aan haken hangen en dat hard wordt gewerkt, is ook duidelijk zichtbaar. De kok in ruitjesblouse kijkt met een glimlach naar zijn klanten en steekt geregeld een hand op naar een bekend gezicht.

Bij de Chinees drink je Chinese thee uit een theepot met gedroogde jasmijnbladeren. De smaak komt trouwens van de bloemen die tijdens het drogen op de bladeren hebben gelegen. Aan onze tafel wordt gedekt met bestek en borden, de tafel naast ons krijgt stokjes en kommetjes. Bij ons duurt het een kwartier, de tafel naast ons heeft binnen 5 minuten een tafel vol eten.

Ik eet een kom wantansoep. De zachte kippenbouillon is niet extra gezouten en herbergt vier deegballetjes met een vulling van gehakt varkensvlees en sesam. In de soep een fijngesneden bosui en knapperige paksoi. Als voorgerecht heb je niet meer keuze dan soep met vleesballetjes of soep met garnalenballetjes. De drie gangen traditie doet er hier niet toe, het is de bedoeling dat je tijdens het hoofdgerecht de tafel vol laat zetten. Aan nagerechten doen ze hier niet.

De bediening is ronduit lief te noemen. Is de soep lekker, vraagt ze met een hand op m’n schouder. Bij de bestelling van het hoofdgerecht waarschuwt ze voor te pittige gerechten. Ze brengt met kleine tussenpozen de schalen met eten.

De rekening

2x wantansoep €10,00
Fo-nam €12,50
Sawi asin, kip/rijst €14,50
Bami €3,50
Pot jasmijnthee 2x gratis

Totaal €40,50

Pittig is het wokgerecht met kip, maar zeker niet te pittig. De stukken kippendij zijn zacht en mals en vermengd met rode peper, zwartebonensaus en gezouten kool (sawi asin). De kool is met stronk en al verwerkt. Een ander gevogeltegerecht is die met geroosterde Pekingeend met de bijbehorende krokante korst die van het vlees los komt. Niet de lekkerste Pekingeend die ik ooit heb gegeten, en dat komt ook omdat dwars door het bot is gehakt. Beetje lomp wel.

In een grote kom komt dan de Chinese goulash op tafel, de ngau-nam. Het gestoofde rundvlees is botermals en valt in draadjes uit elkaar. Het is zacht en heeft hele frisse smaken van citroengras en gember. De bami, gebakken in varkensvet, wordt opgediend met nog knapperige taugé en bosui, en is los van alle vleesgerechten al smakelijk van zich zelf. Het is het moment dat ik het bestek laat liggen en met stokjes uit de schalen ga eten, wat Aziatisch eten echt lekkerder lijkt te maken.

Het laatste gerecht dat op tafel komt is fo-nam, oftewel babi pangang van spek. Niet de weeige, slappe en veel te zoete vleesstukken met rode aanmaaksaus, maar een gerecht gemaakt van buikspek. Dat is eerst gekookt, waarna kruiden in de inkepingen zijn gewreven. Daarna is het kort gebakken zodat er een krokante korst op komt en het vlees nog zacht en sappig is. Het is moddervet, maar inderdaad, inherent aan vet, met zo ontzettend veel smaak. Ik snap meteen ook weer waarom ze jasmijnthee schenken hier. Het schijnt goed te zijn voor vetverbranding bij vrouwen.

Ik vraag de bediening naar de kruiden die zijn gebruikt voor de goulash, maar dat geheim blijft in de keuken. Een eigen mengsel, zegt ze. En nee, ik kan ook geen potje kopen.

Conclusie
Als je echt Chinees wilt eten, zonder de rode aanmaaksaus, schuif dan eens aan bij Wing Kee. De krokante spek babi pangang is nummertje 5 op de menukaart.

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.