Volledig scherm
De RMS-vlag wordt opgevouwen. Het was vrijdagavond een van de rituelen tijdens de herdenking van de executie op 12 april 1966 van Chris Soumokil, de tweede president van de Republiek der Zuid-Molukken. © Gerard Burgers

Molukse volksheld leeft voort tijdens herdenking in Elst

ELST - Mena Muria! Mena Muria! Mena Muria! De wapenspreuk van de Republik Maluku Selatan klinkt deze vrijdagavond luid door de straten van Elst. De oeroude kreet, die letterlijk voor-achter betekent en verwijst naar samen één, lijkt meteen vat te krijgen op de gedachten van de aanwezigen. Strakke blikken dwalen weg. Weg naar misschien wel mr. dr. Christiaan Robbert Steven Soumokil. Moluks volksheld voor altijd.

Chris Soumokil is de aanleiding voor de aanwezigheid van meer dan tweehonderd Molukkers in en rond het verenigingsgebouw van Stichting Maluku Elst. Elk jaar weer is er op of rond 12 april een bijeenkomst om de tweede president van de Republiek der Zuid-Molukken (999 eilanden) te herdenken. Steeds op een andere plaats in het land. Na Capelle aan den IJssel vorig jaar heeft nu een regionaal samenwerkingsverband tussen de 'wijken’ Bemmel, Tiel, Opheusden, Gennep, Hatert en Elst de organisatie van de herdenking op zich genomen.

Alternatief

Op het allerlaatste moment nog krijgt Chris Soumokil op 12 april 1966 de kans aan zijn dood te ontsnappen. De Indonesische strijdmacht biedt hem plots een alternatief voor de executie: een topbaan in het leger. Soumokil bedankt vriendelijk voor de eer en kiest voor de dood. Maar niet nadat hij zijn vrouw en mede-guerrillastrijder Njonja bij zich heeft geroepen en haar heeft gezegd de onafhankelijkheidsstrijd in Nederland met hun gezamenlijke zoon voort te zetten.

Njonja (woonachtig in Assen) is er deze vrijdag bij in Elst. Met krachtige warme ogen kijkt ze van zich af. De iele handjes verraden haar breekbaarheid. Het Nederlands is ze nooit machtig geworden in de afgelopen 53 jaar. Maar Christine Sohilait is, als haar persoonlijke secretaris, gaarne bereid te tolken. ,,Ja”, beaamt de 85-jarige Njonja Soumokil, ,,ik ben nog steeds strijdbaar. Maar of ik het nog ga meemaken, een onafhankelijke Molukse staat? Dat is in handen van God.”

Volledig scherm
Het strijken van de RMS-vlag bij de Molukse kerk in Elst. © Gerard Burgers

Johannes Ririhena, van de organisatie in Elst, geeft aan dat een zelfstandige Molukse staat, zoals die op 25 april 1950 werd uitgeroepen en toen slechts een half jaar echt heeft bestaan, nog steeds een vurige wens is. ,,Het Molukse volk wordt tot op de dag van vandaag door de Indonesische overheerser onderdrukt. Er vindt industriële ontbossing plaats, mensen worden van hun eigen grond verdreven, wie in opstand komt, wordt gevangen genomen. Dat is anno 2019 nog allemaal aan de hand daar.” 

Vierde generatie

Ririhena is van de zogeheten ‘tweede generatie’ Nederlandse Molukkers. Hij praat nog Maleis. Dat doen de derde en vierde generatie niet of nauwelijks meer. Zoals een eigen Molukse staat voor de meesten van hen ook veel minder een item is. Ririhena: ,,Wij voelden ons ballingen en wilden op een goede dag terug. Daar hoor je de jeugd niet meer over. ‘Ons leven is hier', zeggen ze dan. Maar ze willen wel iets terug doen. Naar de Molukken om daar stage te lopen. Meedoen met hulpprojecten. Ook zij dragen de Molukken in hun hart.”

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.

Betuwe