Volledig scherm
Coureur Jan Mooij (links) en navigator Gerard List vrolijk en nog topfit na aankomst uit een etappe van Le Dakar 2014. © HAN

De chemie is er bij de twee HAN-coureurs

IQUIQUE/ARNHEM - Ze zitten dagelijks, twee weken lang, uren en uren naast elkaar, slechts enkele centimeters van elkaar gescheiden. De coureur en zijn navigator van de rallywagens in Le Dakar moeten blind op elkaar kunnen vertrouwen. En ze moeten elkaar vooral niet te snel beu zijn.

Bij de coureurs van het team van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) dat in Argentinië en Chili met een eigen rallywagen meedoet, zit het wel snor met de chemie. Jan Mooij (44) en Gerard List (47) verdelen gedurende de dertien zware etappes in de taken. Waar andere teams veelal een duidelijke verdeling hebben, rijden en navigeren de twee van het HAN-team om beurten.
„Dat werkt voor ons het beste”, laat Mooij weten vanuit Iquique in het noorden van Chili, dat uitkijkt op de Stille (of Grote) oceaan. Daar moeten door de coureurs vervaarlijke duinen worden bedwongen. Mooij: „Op sommige stukken moet je tweehonderd meter bijna loodrecht omhoog. Je kijkt dan op tegen een steile wand waar je dan met je auto omhoog moet. En bovenop moet je precies op het juiste moment inhouden, want je kunt niet zien wat zich daarachter bevindt. Je zweeft voor je gevoel heel even in de wolken. Je moet geen klein hartje hebben, nee.”
Het rijden door de duinen is geen eenvoudige taak voor de relatief onervaren Mooij als het om deze omstandigheden gaat. De uitgekiende taakverdeling tussen de twee komt hier dan ook weer goed uit: Gerard navigeert. Jan rijdt. „De ervaring van Gerard met het navigeren in de duinen maakt dat we daar zo min mogelijk risico lopen om er in het donker aan te komen. Dat wil je namelijk echt niet onder die moeilijke omstandigheden. Gerard zal de laatste twee etappes rijden waarin ik nagiveer. Zo benut je elkaars sterke punten.”
De sterke punten van Mooij liggen vooral op de beter begaanbare paden en bij de stukken door het zogeheten fesh fesh. „Dat is een heel fijne cementachtige substantie die zorgt voor veel poedervormig stof waardoor je af en toe niets meer ziet. Dat maakt het rijden enorm moeilijk. Maar ook daar slaan we ons doorheen.”