Volledig scherm
Moeder met kalf bij de Onzalige Bossen nabij De Steeg.

De Veluwse grazer doet wat hij moet doen

Tevredenheid troef bij Natuurmonumenten, beheerder van Nationaal Park Veluwezoom. Het gaat goed met de Schotse hooglander. Die werd een kwarteeuw geleden in het park werd uitgezet.

Natuurmonumenten heeft een passende dag uitgezocht voor een kort 'veldbezoek' aan de Schotse hooglanders in Nationaal Park Veluwezoom. Regen daalt gestaag neer op de grauwe heidevelden en windvlagen geselen de bladloze bomen. Onder deze omstandigheden weet je weer waarom de Veluwe ook wel Vale Ouwe wordt genoemd.

De meest in het oog springende kleur in dit tamelijk desolate landschap is roestbruin en komt voor rekening van een groepje runderen die onverstoorbaar en niet gehinderd door maartse buien aan plukken gelig gras staan te rukken.

Hooglanders zijn immers weerbestendig. De van oorsprong Angelsaksische koeien, gefokt om het barre klimaat van Schotland te doorstaan, malen niet om een Hollandse winter. Op stal hoeven ze nooit, en periodes van voedselschaarste ondergaan ze gelaten.

Dat is ook de reden dat Natuurmonumenten een kwarteeuw geleden van alle runderen juist dit ras uitkoos voor wat het eerste bosbegrazingsproject van Nederland moest worden. De natuurbeschermingsorganisatie verkeerde in die tijd in de ban van het 'wildernisdenken', wat er ongeveer op neerkwam dat bos- en heidegebieden moesten worden teruggegeven aan de natuur. De hooglanders pasten prima in dat plan. Al grazend houden ze open vlaktes open en vretend aan jong hout houden ze oprukkend bos in toom. Waar het gras wijkt, krijgen andere vormen van vegetatie een kans en zo ontstaat zonder enige menselijke inspanning vanzelf een grote mate van biodiversiteit.

Natuurmonumenten maakt nu, na 25 jaar, de balans op en is uitermate tevreden over de nieuwe bewoners van de Veluwe. Vandaag wordt er in Wageningen zelfs een symposium aan gewijd. Centrale vraag: 'Doen Schotse hooglanders wat ze moeten doen?' Die vraag kan met een volmondig ja worden beantwoord, als we Harm Piek, beleidsmedewerker van Natuurmonumenten, mogen geloven. Niet alleen grazen de runderen zich suf – wat wel moet, want iets anders is er niet te vreten – maar ze blijken ook in staat op eigen kracht te overleven.

Tot 2002 werden ze in winterse periodes nog wel eens bijgevoerd. Het leverde een ongewenste bevolkingsexplosie op. Op zeker moment waren er 225 koeien, te veel voor het inmiddels tot ruim 4.000 hectare uitgebreide begrazingsareaal. Ruim 140 werden er afgevoerd naar andere oorden. Nu zijn er circa 110 runderen, die in drie groepen (exclusief een aantal alleenstaande stieren) het park bevolken. Volgens Hans van Dijk, kuddebeheerder, moeten er nu en dan een paar oude en verzwakte exemplaren worden afgeschoten, maar verder is sprake van een natuurlijk evenwicht. De kudde zal de komende jaren mogelijk nog groeien tot 125 stuks. Volgens Piek heeft Natuurmonumenten van de afgelopen 25 jaar twee dingen geleerd: nooit meer bijvoeren en meer aan publieksvoorlichting doen. Want de ruige en forsgehoornde hooglanders doen weliswaar geen vlieg kwaad, maar hebben wel een gebruiksaanwijzing.

Bezoekende Schotse boeren, die hun hooglanders thuis met krachtvoer tot vele kilo's consumptievlees weten op te werken, vonden de nieuwe Veluwse tak van de familie trouwens maar 'scharminkels'. Piek: "Maar ze zijn even gezond, worden even oud en verwekken net zo veel nageslacht als hun Schotse neefjes en nichtjes. Dus daarover hoeft niemand zich zorgen te maken."


Kwarteeuw hooglanders

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.