Volledig scherm
'Bolle' winterkoning. ;Vijf boomkruipers vormen een bal van veren. Het aantal slapers in zo'n commune hangt af van het aantal graden onder nul. foto's Otto Faulhaber

Gerrit Jansen: Samen slapen om te overleven

Van droge, zachte sneeuw ondervinden de vogels weinig hinder. En van strenge vorst liggen zij niet wakker: ze zijn er op gekleed! Het grote gevaar in een echte winter is dan ook niet bevriezen, maar verhongeren.

Vaak zijn het lezers van deze rubriek die mij op het idee brengen over een bepaald onderwerp te schrijven. Zo belde een paar dagen geleden Cees van der Wal uit Ommeren met de mededeling dat er al een paar dagen een raar clubje vogels in de nok van het dak onder de overstek overnacht. Tegen schemer dienen de boomkruipers, want daar gaat het over, zich aan. De vogels vliegen naar de rand van een kozijn en klauteren dan langs de muur

omhoog naar de slaapplaats. Daar kruipen ze dicht tegen elkaar aan. Als de kopjes in de veren gaan, zijn de vogels niet meer te tellen. Zo gauw het licht wordt, verlaten de boomkruipers een voor een de slaapcommune en gaan dan voedsel zoeken in een oude, in verval geraakte hoogstamboomgaard aan de overkant van de weg. Daar zijn ze de hele dag op zoek naar overwinterende spinnetjes en insecten en hun eipakketjes. Tegen de avond kruipen ze weer 'kortjes bij dichtjes' in de nok van het dak. Goed dat je na zo'n melding van een lezer dan Otto Faulhaber kunt bellen. Die pakt zijn auto en de volgende dag heb je een unieke foto van een bolletje boomkruipers. En daar schrijf je dan over.

Boomkruipers zijn kieskeurige en ook creatieve slapers. Normaal slapen ze in boomspleten, onder dakranden of bijvoorbeeld in dichte klimop. Tijdens het Victoriaanse tijdperk werden in parken en tuinen majestueuze sequoiabomen geplant. Deze houtreuzen hebben een dikke zachte bast. Sommige boomkruipers krabben met de nagels een lichaamsgrote holte in de sponsachtige bast van de sequoia's. Ze slapen dan plat liggend op een diepe zachte matras. In de literatuur wordt vermeld dat zich in hele oude sequoia's complete slaapzalen bevinden: de boomkruiperbedjes staan dan naast elkaar.

Het aantal slapers bij Cees van der Wal wisselt. Op bovenstaande foto zijn het er waarschijnlijk vijf. In de Achterhoek heeft iemand in zo'n veerbal vijftien slapers weten te ontdekken.

De reden van het samen slapen is duidelijk: door dicht tegen elkaar aan te kruipen, verkleinen de individuen het warmteverliezende lichaamsoppervlak. Hoe kouder het wordt des te meer zetten de vogels, als ze niet actief zijn, hun veren op. Er is al lang geleden onderzoek gedaan naar welke minimumtemperatuur een vogel nog kan verdragen. Merels werden in een klimaatkamer geplaatst, waarna bij verschillende temperaturen het zuurstofverbruik, de lichaamstemperatuur en de dikte van het isolerende verenkleed werden bekeken. Bij een lage omgevingstemperatuur reduceerden de vogels hun energieverbruik door 's nachts de lichaamstemperatuur te verlagen. Tevens werd het warmteverlies beperkt door het opzetten van de veren. Het bol zitten heeft een drieledig effect: door het insluiten van meer lucht wordt de lichaamswarmte beter vastgehouden; de verhouding warmteafgevend oppervlak en volume wordt gunstiger naarmate de vogel meer de bolvorm benadert; slecht geïsoleerde lichaamsdelen zoals snavel, kop en poten komen dichtbij of zelfs binnen het verenkleed. Merels kunnen dankzij deze energiebesparende wijzigingen zonder problemen een temperatuur van -30 graden verdragen. Zij kunnen daarbij hun lichaamstemperatuur constant houden, als ze voldoende vet- of voedselreserve hebben. Het grote gevaar is dus niet bevriezen, maar verhongeren. Van droge, zachte sneeuw ondervinden de vogels weinig hinder. Het zoeken naar voedsel wordt echter moeilijker: het vraagt meer tijd en kost daardoor meer energie.

Kleine vogels, zoals de winterkoning, hebben gezien hun relatief grote lichaamsoppervlak meer problemen met de warmtehuishouding dan de grotere vogels. Kleine vogels hebben weinig massa; veel van de bij de verbranding vrijgekomen warmte raken ze door de huid kwijt. Ze moeten dan ook veel eten of snel de bolvorm aannemen. Vorige week hebben we de oever van onze grote vijver geschoond. Op het ijs staand, konden we gemakkelijk de lisdodden en de grote egelskoppen met de zeis afmaaien. Binnen de kortste tijd kregen we gezelschap van twee roodborsten en een winterkoning. De vogeltjes hebben wel een uur lang tussen het maaisel naar prooitjes gezocht. Tijdens de pauzes in het voedsel zoeken, namen ze alle drie ogenblikkelijk de bolvorm aan. En dat moet ook wel, want anders dan zijn naam doet vermoeden, heeft de winterkoning een gruwelijke hekel aan de winter. Dom is het vogeltje gelukkig niet niet. Als het buiten erg koud is, zoekt hij al snel beschutting onder veranda's en in stallen bijvoorbeeld. Als ik de paarden ga voeren, zie ik het vogeltje vaak als een muis onder de staldeuren doorschieten. Het kunstje van de boomkruipers kent hij echter niet. Winterkoningen slapen alleen!

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement