Volledig scherm
Vrouwtjespadfoto G. Jansen ;Sterrenschot: geleiachtige eierstokken en 'kaviaar' van een bruine kikker. De eitjes hebben een donkere 'noordpool' en een lichte 'zuidpool'. foto Berry Visschers

Gerrit Jansen: Sterrenschot is onverteerbaar

De komende dagen gaan padden en kikkers op liefdespad. De vrouwtjes van deze amfibieën ‘staan op springen’: ze zitten vol overrijpe eieren. Die eieren zijn niet van de laatste dagen: weken geleden werden ze al als sterrenschot gevonden.

Het kan niet uitblijven, maar met temperaturen in de avond boven de zes graden en ook nog eens een mals regenbuitje moet de paddentrek binnenkort wel losbarsten.

De meeste amfibieën brengen de winter niet onder water door, maar houden de winterrust op het droge, verscholen onder bladeren, in een mestvaalt of in de grond. Als deze 'koude kikkers' in het voorjaar wakker worden, gaan ze op liefdespad. De trekkende amfibieën worden dan massaal doodgereden.

Amfibieën kunnen zich op het droge niet snel verplaatsen. Vooral bij lage temperaturen is de treksnelheid van de koudbloedige dieren minimaal. Bij droog weer en een temperatuur onder de zes graden kan het wel een half uur duren voordat een pad een dijk van vijf meter breed is overgestoken.

Bij 11 graden en een mals regenbuitje duurde dit nog geen vijf minuten, heb ik gemeten. Er zijn bij ongunstig paddenweer niet veel auto's nodig om op een trekroute meer dan de helft van de trekkende dieren om zeep te helpen. De amfibieën hoeven niet eens onder de wielen te komen.

Als een auto met grote snelheid passeert, worden de dieren door de zuigkracht opgetild. De klap die daarop volgt, kan al dodelijk zijn. Asfalt is voor amfibieën een aangename plek om even stil te houden, omdat een dergelijk wegdek warmte vasthoudt. Er gaan bij de gewone pad veel meer mannen dan vrouwen op trek. Om toch een dame aan de haak te slaan, blijven veel mannetjes op het asfalt op de uitkijk staan. Zij lopen daardoor nog meer kans om overreden te worden.

Daar is verandering in gekomen door het werk van talloze vrijwilligers. Zij zijn in deze tijd van het jaar vele avonden, vaak in beestenweer, druk met het overzetten van de trekkende dieren. Ook worden er tunnels gegraven en paddenschermen geplaatst. Natuurlijk spaart dit heel veel kikkerlevens en ook salamanders komen zo veilig op de voortplantingsplaats aan.

Wilt u van de paddentrek op de hoogte blijven, kijk dan eens op www.padden.nu , een website voor, door en over paddenwerkgroepen.

Al weken voordat de paddentrek begint, komen vooral de bruine kikkers bij een zwak lentezonnetje tevoorschijn. De vrouwtjes zijn dan, ondanks het feit dat ze maanden niets gegeten hebben, buitengewoon dik van de duizenden eieren.

Reigers en ook ander predatoren weten dat deze prooidieren in deze tijd van het jaar zwaar op de maag kunnen liggen. De eierstokken en eieren zwellen op als ze vochtig worden. Daarom leggen deze roofvijanden ze bij het verorberen van hun prooi opzij, of ze braken het vroegtijdig uit. Dergelijke prooiresten worden sterrenschot genoemd. Verschillende lezers van deze rubriek hebben de afgelopen dagen vers sterrenschot gemeld. Ik vind het elk jaar rond deze tijd aan de oevers van onze vijvers. De slijmerige massa heeft veel weg van kikkerdril. De zwarte puntjes van het dril, de werkelijke eieren, zijn vaak slechts sporadisch aanwezig. De klonten witte gelei springen vooral in het oog: het zijn stukken eierstok.

Ik heb een keer door de kijker gezien dat een buizerd op een paaltje een kikker in stukken trok. Reigers werken zo'n kikker vaak compleet naar binnen. De eierstokken gaan dan in de reiger zwellen en worden, als het te gek wordt, uitgebraakt. In reigerkolonies wordt deze 'kikkerkaviaar' wel eens hangend aan een tak in de nestboom aangetroffen. In de literatuur noemt men voorbeelden waarbij het dril echt uit de lucht kwam vallen Het zal dan ook geen verbazing wekken, dat in het volksgeloof werd aangenomen dat het vreemde spul afkomstig zou zijn van vallende sterren. De Duitse naam luidt 'Sternschnuppen': snuitsel van een ster. De Denen spreken van 'stjerneskud', wat een letterlijke weergave is van het woord sterrenschot.

Niet alleen reiger en buizerd eten kikkers. Ook ooievaar, vos, rat en bunzing hebben de amfibieën op de menulijst staan. Ik heb een keer op de dijk achter ons huis een dode bunzing gevonden. Toen ik het verkeersslachtoffer nader bekeek, zag ik dat de poten van zijn galgenmaal, een bruine kikker, nog uit zijn bek staken.

Uit het bovenstaande blijkt wel dat kikker en pad hun leven nooit veilig zijn. Er worden niet voor niets duizenden eieren afgezet. Deze hoge voortplantingscapaciteit is niet alleen nodig omdat de amfibieën zoveel vijanden hebben: ze kennen ook geen broed- en ouderzorg. Als de eieren zijn afgezet, verlaten de dieren het water. Van de eieren wordt een groot aantal door vissen, slakken, salamanders en waterinsecten opgegeten. Met de dikkopjes is het niet anders; zij moeten zonder ouders zelf volwassen zien te worden. De duizenden eitjes leveren na drie jaar slechts twee of drie volwassen kikkers op; een kikkerleven is zwaar!