Volledig scherm
Wouter Helmer bij de overblijfselen van een wild zwijn. foto Gerard Verschooten

Wouter Helmer gelooft niet in de schuld van de mens

Wouter Helmer is wereldberoemd in kleine kring. De Nijmeegse natuurontwikkelaar en directeur van stichting ARK maakte naam met zijn ideeën over onbegrensde natuur, waarin mensen naar hartenlust kunnen rondstruinen. Dit jaar krijgt hij daarvoor de prestigieuze Edgar Donckerprijs. „Ik geloof niet in de schuld van de mens, ik geloof in de veerkracht van de natuur."

Jazeker, zegt Wouter Helmer, middenin de Millingerwaard. "Jazeker." "Er zijn hier zeshonderd verschillende plantensoorten en honderd broedvogels. Ik herken ze in één oogopslag. Als zich hier een nieuwe vogelsoort vestigt of een nieuwe plantensoort, valt me dat meteen op. Hoe? Het is kennis, het is ervaring. Ik herken een vogel aan zijn bewegingsritme, een plant aan zijn structuur, aan zijn bloeikleur."

Na een korte stilte, met een mysterieuze glimlach: "Ik weet zelfs wat die boswachter daar aan het doen is."

Hij wijst op een autootje van Staatsbosbeheer dat honderd meter verderop bij een bosje geparkeerd staat. "Die boswachter kijkt of de besanjelier zich heeft verplaatst vanuit dat bosje."

Ja, en?

"Daar zit een heel verhaal achter. Vroeger was dit maïsland. Wij zijn met Staatsbosbeheer bezig er een aaneengesloten natuurgebied van te maken, zonder hekken of wat dan ook. We laten het land begrazen door kuddes paarden. Iedereen, mens of dier, moet hier vrij kunnen rondlopen. 'Maar', zeiden de meer conservatieve natuurbeschermers, 'dat kan niet overal. Rondom dat bosje, het Colebrandersbos, moeten de hekken blijven staan. Want daar bevinden zich bijzondere planten, zoals de besanjelier. Doen we dat niet, dan trappen de kuddes alles plat'."

"Ik dacht: die beschermde soorten zijn sterker dan je denkt. Die kunnen zich ook best uitzaaien buiten dat bosje, op het terrein waar die paarden wél lopen en grazen. Dat bleek het geval. Daarna hebben we de hekken weggehaald. Hoera, feestje. Maar wat gebeurde? We kregen een loeihete zomer, zodat die kudde voortdurend schaduw zocht bij dat bosje. Daarna kregen we een hele tijd hoogwater, waardoor de kudde opnieuw zijn toevlucht zocht tot dat bosje dat hoger gelegen is. Alles vertrapt, besanjelier bijna weg. Iedereen schrok enorm. We hebben de hekken teruggezet en de besanjelier behouden. Dat is vier jaar geleden. Nu is de vraag of deze soort zich toch weer opnieuw verspreidt naar het grasland waar de paarden lopen. Dat lijkt het geval."

Als iets het gedachtengoed van Wouter Helmer (48), directeur van ARK Natuurontwikkeling en bekroond natuurontwikkelaar, weergeeft, is het dit voorbeeld. Zijn filosofie is: geef de natuur ruimte, probeer een zo natuurlijk mogelijke voedselkringloop te scheppen, haal alle hekken weg, geef de mens zoveel mogelijk toegang en laat je verrassen door wat er gebeurt. Hij staat elke dag op in de onwrikbare zekerheid dat de natuur, die hij toch zo goed kent, hem elke dag van verbazing naar adem kan laten happen. Als hij door het bos of langs de rivier loopt, wijst hij voortdurend rond. "Een koekoek!" Of: "Daar, hondstong, heel bijzonder." "Links, krakeend, vroeger zeldzaam, nu niet meer."

En toch: met bescherming van individuele soorten heeft hij weinig op. Hij gelooft in de eeuwige verandering van het leven, de voortdurende dynamiek van de natuur. Niets blijft wat het is, alles wordt altijd anders. De schoonheid van gisteren is niet de schoonheid van morgen.

Het principe wordt toegepast in de Ooijpolder bij Nijmegen, waar Helmer en zijn mensen Staatsbosbeheer en andere grondeigenaren adviseren. "Het resultaat is nog mooier dan ik had gedacht. Het is ronduit spectaculair. In de Oude Waal werd het waterpeil kunstmatig gereguleerd voor de landbouw. Dat is niet meer zo. We hebben de sloten gedempt, het water zakt nu veel langzamer de bodem in. Het resultaat is fantastisch. Er zitten nu al zoveel bijzondere vogels, niet te geloven. Voor dat soort plaatjes moesten we tot voor kort naar de Camargue in Frankrijk, of naar Hongarije. Nu hebben we het hier, onder de rook van Nijmegen. De Oude Waal hoort tot de top op natuurgebied in Europa."

Dat dit experiment plaatsvindt onder de rook van Nijmegen, een stad met zo'n 160.000 inwoners, is geen toeval. ARK ontwikkelt bijna alleen maar natuur in de schaduw van de stad. Motivatie: als het daar kan, kan het overal.

Achttien jaar geleden ontwierp Helmer met twee collega's het uiterwaardenpark Meinerswijk bij Arnhem. Het werd zoals zij wilden: afwisselend en ruig. Nu discussieert Arnhem over de vraag of er woningen in het ruige natuurgebied gebouwd kunnen worden. Helmer zou het prima vinden. "Sterker: in 1990 hadden we al schetsen voor woningbouw gemaakt. Schitterende locatie natuurlijk. De natuur daar kan dat prima hebben. Geen probleem. Toen ik als zestienjarige naar vogels keek in de Millingerwaard, was ik vaak bijna alleen. Nu komen er jaarlijks 150.000 mensen, het is soms zo druk als in de Kalverstraat op een koopzondag."

Zijn filosofie is omstreden. Natuurbeschermers bezien hem met argwaan, hij vindt hen te conservatief en defensief. Zelf probeert hij zoveel mogelijk optimisme over de natuur uit te stralen. Aan sombere verhalen heeft hij een broertje dood. "Eind jaren tachtig begon ik met een eenmansbedrijfje in natuurexcursies. Kwam ineens de zure regen op, met alle sombere verhalen over stervende bossen. Daar had ik niets mee, ik geloof niet in schuldgevoel, ik geloof niet dat de natuur kwetsbaar is. Ik houd ervan enthousiast te vertellen over de schoonheid en de veerkracht van de natuur."

Dat verhaal vindt steeds meer weerklank. Twee weken geleden werd bekend dat Helmer op 24 juni de Edgar Donckerprijs, een belangrijke natuurprijs, krijgt. De jury roemt hem om zijn vooruitstrevende inzichten en formidabele resultaten.

Uiterwaarden langs de grote rivieren worden steeds vaker naar de inzichten van Helmer ingericht. " De kansen voor natuurontwikkeling zijn groter dan ooit. Dat heeft meerdere redenen. De landbouw heeft minder grond nodig, dus er komt meer grond voor natuur vrij. En er is de geestelijke component. Nooit eerder had de mens zoveel vrije tijd. We werken veertig uur per week, vaak nog minder. In de resterende tijd kunnen we doen wat we willen, kunnen we de natuur in. De belangstelling ervoor is groter dan ooit."

Sinds veertien jaar woont Wouter Helmer middenin de natuur. Met vier andere gezinnen kocht hij een landgoedje in Heilig Landstichting, aan de rand van Nijmegen. Hij woont met zijn gezin in het huis waar vroeger de boswachter huisde. "Dat het ons gelukt is hier terecht te komen, vond ik bijna eng. Ik ben op zeshonderd meter van hier opgegroeid. Als je me vroeger vroeg wat ik wilde worden, zei ik: boswachter of ontdekkingsreiziger. Toen we dit huis gekocht hadden dacht ik even: de cirkel is rond, nu zal ik wel snel dood gaan. Het was te mooi om waar te zijn."

Het landgoed richten Helmer en zijn gelijkgezinde buren in naar eigen inzicht. Sinds een half jaar ligt een paar honderd meter achter zijn huis een doodgereden wild zwijn weg te rotten. Met een camera aan een boom hield hij in de gaten wie het kadaver kwamen opeten. "Raven! Ineens zag ik op de foto een ravenpaartje zitten. En die soort komt in Nijmegen helemaal niet voor. De dichtstbijzijnde plek waar ze zitten, is de Veluwe, vijftig kilometer van hier. Hoe het werkt, weten we niet. Maar op de een of andere manier hebben ze er lucht van gekregen dat hier wat te eten valt. Het is fascinerend."

De 150.000 euro die hij met de Edgar Donckerprijs wint, besteedt hij grotendeels aan een nieuw project, Missing Lynx. Het doel ervan is om de lynx en de wolf terug te laten keren in Nederland. "Dat is het hoogst haalbare in Nederland. Ik denk dat ze vanzelf komen. Lynxen zijn in Limburg al gesignaleerd. Wolven zijn vanuit Polen nu bij Bremen aangekomen. Als dat paartje daar jongen krijgt, kunnen die binnen een paar jaar in Nederland zijn. Ik verwacht ze in Drenthe. Ik zie het als mijn taak mensen te vertellen over de feiten en de fabels rond die dieren. Je hoeft niet bang voor ze te zijn. Ze leven teruggetrokken."

Nooit zou Wouter Helmer iets anders kunnen doen dan werken in de natuur, geen denken aan. Hij zou zich maar gaan afvragen hoe het gaat met dat beverpaartje in de Bisonbaai of met die jonge hengst in de Millingerwaard.


Wouter Helmer, natuurontwikkelaar