Volledig scherm
In het eerste volle jaar van Rutte 3 bleef een miljard euro op de plank liggen, concludeert de Algemene Rekenkamer. © ANP

Rekenkamer: nieuw kabinet weet geld niet uit te geven

VerantwoordingsdagDe miljardeninvesteringen van het derde kabinet Rutte komen nog niet uit de verf. Volgens de Algemene Rekenkamer ontbrak het in het eerste volle jaar van de nieuwe regeringsploeg aan ‘zichtbare resultaten’ en komt geld ‘moeilijk aan het rollen’.

Dat stelt de controleur van de overheid in het jaarlijkse verantwoordingsonderzoek, dat vanochtend op Verantwoordingsdag is gepresenteerd. Volgens de Rekenkamer werd van de 5 miljard euro die het kabinet in 2018 extra wilde uitgeven, per saldo 1 miljard niet uitgegeven maar doorgeschoven naar latere jaren. Tegelijkertijd ging op terreinen waar juist was besloten geen extra geld uit te geven de dienstverlening soms achteruit. De Rekenkamer spreekt van een ‘ogenschijnlijke tegenstrijdigheid’, die voortkomt uit bezuinigingen in voorgaande jaren. ,,Onze vraag is of daar de komende jaren verandering in komt’’, stelt president Arno Visser.

Bevoorradingsschip

Dat geld op de plank blijft liggen, komt onder meer doordat investeringen tijd kosten. Tussen het besluit om een bevoorradingsschip te kopen en de tewaterlating ervan zit bijvoorbeeld zes jaar.

Een andere factor die voor vertraging zorgt is dat personeel moet worden aangenomen en opgeleid, wat nog niet zo eenvoudig blijkt in de huidige, krappe arbeidsmarkt. De beloofde extra politieagenten en mankracht bij het UWV komt daardoor moeilijker van de grond. De Rekenkamer waarschuwt dat het de vraag is of het benodigde personeel wel gevonden gaat worden. In het bijzonder gaat het daarbij om leraren, agenten, ouderenverzorgers, gevangenisbewaarders, verplegers, commando’s, ingenieurs, IT-specialisten en inkopers. Daar zijn er te weinig van. Het kabinet gaat in reactie op de Rekenkamer-rapporten echter niet op die waarschuwing in.

Op het terrein van infrastructuur blijkt iets raars aan de hand. Aan de ene kant werd de afgelopen jaren voor 414 miljoen euro aan onderhoudswerk uitgesteld, deels doordat het budget te krap was. Tegelijkertijd slaagde het kabinet er niet in 543 miljoen euro voor nieuwe infrastructuur uit te geven. Dat geld is doorgeschoven naar 2020 en 2021, omdat er voorbereidingstijd nodig is.

Het derde kabinet Rutte heeft het eerste volle regeringsjaar 11,4 miljard euro overgehouden. Het begrotingsoverschot in 2018 komt met 1,5 procent daardoor fors hoger uit dan de 0,5 procent waarmee in de begroting was gerekend.

Solide begroting

Dat staat in het financieel jaarverslag van het Rijk dat minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) vanmorgen heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. Volgens Hoekstra was in 2018 sprake van een ‘stevige groei en een solide begroting’, ook al heeft het kabinet ‘niet op alle onderdelen zijn plannen kunnen verwezenlijken’. Zo zijn niet alle geplande investeringen tot besteding gekomen. Hoekstra benadrukt echter dat ‘het overgrote deel’ van dit geld beschikbaar blijft voor latere jaren.

Het flinke overschot ten opzichte van de begroting is volgens Hoekstra een ‘broodnodige buffer’ en wordt die vooral veroorzaakt door de relatief hoge economische groei. Die wordt echter minder, waarschuwt hij: ,,De piek van de conjunctuur hebben we gehad.”

In een verdere toelichting in de wandelgangen van de Tweede Kamer zei Hoekstra nog: ,,De Rekenkamer erkent dat het kabinet forse investeringen doet op een aantal nieuwe terreinen. Dat is een van onze luxeproblemen: we steken fors extra geld in onderwijs, zorg, veiligheid en defensie. Allemaal belangrijke plannen, maar we hebben nu eenmaal te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Dus ook in 2019 moeten we weer aan de bak. Er is veel gedaan, maar er blijft ook nog veel te doen."

Daarnaast is er sprake van achterstallig onderhoud. Hoekstra: ,,De gevolgen daarvan draag je met je mee tot op de dag van vandaag. Daarmee moet altijd rekening worden gehouden in de huidige begrotingen.”