Volledig scherm
Nederlandse commando's tijdens een patrouille richting de stad Bakal in Mali. © ANP

Snoeihard rapport: Missie Mali één en al improvisatie

De militaire missie in Mali ondermijnt de hele krijgsmacht. Om de missie mogelijk te maken, moeten eenheden in Nederland mankracht en materieel afstaan. Daardoor komen niet alleen die eenheden in de problemen, maar ook de militairen die zich voorbereiden op een uitzending naar het Afrikaanse land. Alleen dankzij improvisatie kan de missie überhaupt worden uitgevoerd.

Volledig scherm
Toenmalig minister Hennis tijdens een bezoek aan de Nederlandse militairen in Mali in februari 2017. © ANP

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer vandaag in een snoeihard rapport over de missie in Mali, waarin het de ‘haalbaarheid en houdbaarheid’ van Nederlandse militaire missies als ‘twijfelachtig’ bestempelt. De Rekenkamer doet een klemmend beroep op zowel kabinet als Tweede Kamer om bij besluiten over missies rekening te houden met ‘de draagkracht van de krijgsmacht’. Gisteren lekte al uit dat het kabinet de missie gaat afbouwen en in de loop van 2019 stopt.

Door de manier waarop de politiek over verlenging van de missie besloot – steeds voor een jaar – werden er geen structurele oplossingen voor problemen gezocht. De strijdkrachten konden dat met improvisatie opvangen, maar volgens de Rekenkamer is de rek er sinds dit jaar wel uit. ,,Goed improviseren kan alleen op basis van een goede voorbereiding'', schrijven de onderzoekers.

Maar de minister van Defensie – tot oktober 2017 Jeanine Hennis (VVD), vervolgens als interim-minister Klaas Dijkhoff, nu Ank Bijleveld (CDA) – zorgde er niet voor dat eenheden zich genoeg konden voorbereiden op de missie, stelt de Rekenkamer. Omdat al het benodigde materieel naar Mali moest, konden militairen die zich opmaakten voor een uitzending niet of nauwelijks oefenen. Er was een tekort aan terreinwagens en nachtzichtkijkers. Van radio’s voor de satellietcommunicatie ontbraken cruciale onderdelen zoals de antenne.

Geen vertrouwen in materieel

Eenmaal in Mali was de situatie niet veel beter. Omdat militairen in Nederland niet konden rijden in de terreinvoertuigen, moesten examinatoren worden ingevlogen om in Mali rijexamens af te nemen. In voertuigen zaten scheuren, onderhoud gebeurde zelden op tijd. Eind vorig jaar had 78 procent van de militairen geen vertrouwen meer in het eigen materieel.

De Rekenkamer onderzocht een eenheid die actief is in Mali, een lichte infanterie en verkenningseenheid van de landmacht. De conclusies zijn echter exemplarisch voor de hele krijgsmacht. De ‘voetafdruk’ die een missie achterlaat op de rest van de krijgsmacht, stelt de Rekenkamer, is vaak groter dan de missie doet vermoeden.

Missiedruk

Defensie was vorig jaar met achttien militaire missies actief in zeventien landen. Die ‘hoge missiedruk’ trekt een zware wissel op de krijgsmacht. Door al die missies komt de kabinetsdoelstelling om in 2021 de basisgereedheid van de krijgsmacht hersteld te hebben in gevaar, zo waarschuwt de Rekenkamer.

Eind vorig jaar kwam de Onderzoeksraad voor Veiligheid met een hard rapport over de missie in Mali. Door allerlei fouten met munitie kwamen daar in de zomer van 2016 twee Nederlandse militairen om het leven.