Vrouwen van de terroristenafdeling van de PI Vught gaan eenvoudige mondkapjes maken. In eerste instantie voor gebruik binnen de gevangenis door gedetineerden en personeel.
Volledig scherm
Vrouwen van de terroristenafdeling van de PI Vught gaan eenvoudige mondkapjes maken. In eerste instantie voor gebruik binnen de gevangenis door gedetineerden en personeel. © ANP

Vrouwen van terroristenafdeling PI Vught gaan mondkapjes maken

VUGHT - Ook de vrouwen van de terroristenafdeling in de PI Vught gaan katoenen mondkapjes maken. De grondstoffen hiervoor zijn volgens Robert Meijer, woordvoerder van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), besteld. 

De mondkapjes zijn in eerste instantie bedoeld voor hoestende gedetineerden of afdelingspersoneel. Er wordt ingestoken op duizend kapjes. In de PI Vught zijn drie naaimachines beschikbaar. ,,Het is een bescheiden bijdrage", aldus Meijer.

50.000 mondkapjes

In de gevangenissen in Sittard, Dordrecht, Nieuwersluis, Nieuwegein en Ter Apel maken gedetineerden vanaf vandaag op grotere schaal mondkapjes. Daar worden alle beschikbare naaimachines ingezet en nemen zo’n honderd gedetineerden deel aan de activiteit. Meijer: ,,We hopen op deze manier ongeveer 50.000 mondkapjes per week te kunnen maken. Deze mondkapjes zijn niet alleen voor eigen gebruik, maar we verwachten ook andere maatschappelijke sectoren hiermee te kunnen helpen.” Ook de vrouwen op de terroristenafdeling van de PI Vught willen volgens hem graag een steentje bijdragen. ,,Gekwalificeerd personeel houdt toezicht en begeleidt dit.” 

Onderdeel dagprogramma

Via In-Made, de penitentiaire arbeidsbedrijven die werken aan producten voor de overheid en het bedrijfsleven, kunnen externe partijen de mondkapjes bestellen. ,,In elke PI wordt arbeid verricht door de gedetineerden. Dit is een groot onderdeel van het dagprogramma. Door het coronavirus zien we een tekort ontstaan aan mondkapjes in Nederland. Vanaf vandaag starten ze met simpele mondkapjes van katoen. Zodra we medisch materiaal kunnen bemachtigen, schakelen we daar op over.”