‘Wat heb jij nu weer?', vragen ze terwijl rechterarm in het gips zit

Column,,Wat heb jij?” Die vraag overvalt me niet. Variant: ,,Wat heb jij nu weer?”

De eerste vraag vind ik prettiger dan de tweede. Zelden heb ik iets wat enorm zichtbaar is. Nu wel, ik kom moeilijk, nauwelijks vooruit, ik steun op een wandelstok en mijn rechterarm zit in het gips. Dus ik begrijp dat er iets over gevraagd wordt, nu al een keer of dertig, en mijn antwoord begint me een beetje te vervelen. Misschien moet ik een ander bedenken, hoewel de waarheid een zekere tragische schoonheid heeft. In het begin was het ook wel leuk om te zeggen: ,,Er is iemand op me gevallen.” Graag zou ik het hierbij laten, maar dat kan niet. Dus: ,,Op de fitnessclub verliet ik de sportruimte en toen struikelde er een man tegen me aan, ik viel, hij ook, bovenop me dus.”

De Gelderlander gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement. Reacties van mensen die de nickname anonymous, anoniem of een variant daarop voeren, worden niet geplaatst.
  1. ‘We vinden het fijn als we kunnen lachen, maar dat is u wel toevertrouwd’
    PREMIUM
    column Thomas Verbogt

    ‘We vinden het fijn als we kunnen lachen, maar dat is u wel toever­trouwd’

    In mijn directe omgeving leest niemand Libelle. Ik geloof niet uit principe, maar men komt er niet toe. Daarom kan ik het ook niet hebben over de 85ste verjaardag van het tijdschrift dat het nog steeds goed doet, beter dan Margriet. Ik las vorige week een interview met de hoofdredacteur van Libelle, Hilmar Mulder, en die zei dat de Libelle-lezer iets vlotter is dan die van Margriet. Zelf houd ik van vlot.

Columns