Volledig scherm
Rudolf Moojen komt al veertig jaar bij Bosch en Duin. © Jeroen Jumelet

Al veertig jaar tennisleraar in Bosch en Duin: ‘Soms ben ik net dokter Rossi, dan wordt er geen bal geslagen’

Al veertig jaar lang geeft Rudolf Moojen (64) tennisles in Bosch en Duin, op de gelijknamige tennisvereniging. Misschien wel een unicum in Nederland, maar in elk geval zeer zeldzaam. De leden kennen hem als iemand die onvermoeibaar enthousiast is en een grote passie heeft voor tennis.

Zelf ziet Moojen ook in hoe bijzonder het is om veertig jaar les te geven op één en dezelfde club. ,,Het zegt ook wat over de club”, zegt Moojen, die het duidelijk na al die jaren nog steeds naar zijn zin heeft. ,,Ik heb weleens uitgerekend dat ik 260.000 kilometer heen en weer ben gereden van mijn huis naar mijn werk, drie kilometer aan snaren heb versleten en tweehonderd paar tennisschoenen. Iemand aan wie ik les gaf, zei eens: ‘Rudolf, jij slaat zeker een miljoen ballen per jaar.’ Waarschijnlijk klopt dat wel. Ik sla altijd mee.”

Moojen is beslist het gezicht van de vereniging. Opvallend is dat hij altijd in smetteloos wit op de tennisbaan staat. ,,Als het warm is, is witte tenniskleding het lekkerste. En ik vind wit er netjes uitzien. Het enige dat niet wit is, zijn mijn tennisschoenen. Die zijn niet meer te vinden. Met onze Canada Tenn (natuurstenen) banen blijven mijn sokken ook wit. Vroeger hadden we gravel, dan waren ze snel rood.”

Zes dagen per week

Toen hij begin twintig was, speelde hij mee met het open toernooi van TVBD en werd hij gevraagd door de jeugdcommissie om les te komen geven bij de club. ,,Ik was toen tennisleraar in Utrecht en Groenekan. Ik heb Groenekan laten vallen. Utrecht zeven jaar later, omdat ze mij hier volledig wilden hebben. In die tijd was hier nog heel veel jeugd. Ik werkte zes dagen in de week. Dat is heel lang zo gebleven. Totdat ik in 2000 een textielbedrijf startte met een vriend van mij. Toen ben ik hier minder gaan werken, maar nog zeker wel dertig uur per week, terwijl ik fulltime werkte bij dat andere bedrijf.”

Moojen vertelt dat hij door zijn passie voor tennis in het vak van tennisleraar gerold is. ,,Ik was een fanatieke tennisser. Ik had geen vastomlijnde plannen, alleen die enorme passie voor tennis. Door die passie denk je niet veel verder. Je realiseert je niet dat je ouder wordt.” Hij heeft er geen moment spijt van gehad. ,,Tot nu toe vind ik het nog heel erg leuk.”

Andre Agassi

Het contact met de mensen is zijn grootse drijfveer. ,,Zeker met kinderen. Ze iets bijbrengen. Mijn passie proberen over te brengen. Ik merk dat die passie bij de jeugd minder is. Die hebben andere passies: computerspelletjes. Vroeger was het hier een sociaal gebeuren. Kinderen kwamen na school hiernaartoe. Alle banen waren elke dag bezet. Dat heb ik de laatste vijftien jaar af zien nemen. Vroeger hadden kinderen tennisidolen, zoals Boris Becker en Andre Agassi. Toen Agassi korte spijkerbroekjes ging dragen, kwamen de kinderen ook in die broekjes. Je ziet nu niet meer dat kinderen zo’n idool hebben.”

Bij volwassenen is die passie er vaak wel, stelt Moojen. ,,Die gaan tennissen omdat ze het leuk vinden. Voor de kinderen is het mijn taak om het zo leuk mogelijk te maken. Van mij hoeven ze niet heel goed te worden, ik wil vooral dat ze plezier hebben. Daar draag ik aan bij. Op hun beurt houden ze mij jong. Op de baan hebben ze weleens muziek. Dan denk ik: ‘hé, dat is een leuk nummertje’. Het houdt je geest jong.”

Dokter Rossi

Hij geniet van het sociale aspect rondom de lessen. ,,Ik drink elke dag aan het einde van de dag een drankje met mijn laatste leerling(en). Dat vind ik belangrijk en gezellig. Ook tijdens de lessen praten we.” Hij gniffelt: ,,Soms ben ik net dokter Rossi van Gooische vrouwen. Dan wordt er geen bal geslagen tijdens de les, omdat diegene zijn of haar hart wil luchten. Ik geef eigenlijk alleen maar les aan leuke mensen. Het bijzonderst vind ik dat er een aantal zijn die al 38 jaar bij mij op les zitten. Die hebben geen enkel jaar verzaakt!”