Volledig scherm
PREMIUM
Stan Laurel en Oliver Hardy. © Apic/Getty Images

Het leek geen pretje om Laurel & Hardy-fan te zijn

Column Jerry GoossensSchrijver, journalist en columnist Jerry Goossens schrijft van dinsdag tot en met zaterdag over wat hem opvalt in de stad Utrecht. Dit keer over de Laurel & Hardy-fanclub die Utrecht aandeed.

Volledig scherm
© Marco de Swart

Sinds Comic Con (de jamboree voor liefhebbers van populaire beeldcultuur) een terugkerend fenomeen in de Jaarbeurs is, hoef je in Utrecht niet vreemd meer op te kijken als je ineens de Ghostbusters, Lara Croft of de Transformers in levenden lijve over de gracht ziet kuieren. Maar toen afgelopen zondag Oliver Hardy zich met een licht waggelend loopje van het Louis Hartlooper Complex naar de Twijnstraat bewoog, strekten alle nekken op de terrassen zich uit.

Hardy, in mijn jeugd beter bekend als ‘de Dikke’ van het duo ‘de Dikke en de Dunne’ droeg z’n kenmerkende bolhoedje, een tweedjasje dat dichtgeknoopt strak om de machtige buik spande en een versleten vioolkoffertje. Blozende, bolle wangen, borstelsnorretje: Hardy mag dan al 62 jaar dood zijn, zondag liep hij toch maar mooi over de Twijnstraat. Dankzij zijn verschijning begreep ik ineens waarom er allerlei fez-dragende heren op het terras zaten. Ook daar kijk je als gepokt en gemazelde stedeling niet van op. Tenslotte wordt de binnenstad permanent ontsierd door clubjes mannen en vrouwen die in pislollige uitdossingen vieren dat één van hen gaat trouwen. Maar de fez-dragende heren op het terras leken niet van het trouwlustige soort. En hun opvallende hoofddeksels - denk: een omgekeerde bloempot met bovenop een gezellig kwastje - werden door Stan en Ollie gedragen in de film Sons of the Desert (1933), niet toevallig ook de naam van de Laurel & Hardy-fanclub.