Volledig scherm
Recreatie tijdens de ontzandingen. Foto: Historische Vereniging Tweestromenland. © Uit het boek Grote Werken

De geboorte van de Gouden Ham

ALPHEN - Het boek Grote Werken - Hoe Maas en Waal welvarend werd verschijnt op 28 augustus. Het is geschreven door Gelderlander-journalist Peter Deurloo. In een aantal verhalen in deze krant worden hoofdstukken uit dit boek uitgelicht. Het vierde verhaal gaat over het ontstaan van de Gouden Ham.

Grote Werken is een initiatief van de Landinrichtingscommissie Maas en Waal. Het is bedoeld als een cadeau van deze commissie aan de streek.

Slimme deals

Het veranderen van de Megensche Ham in de Gouden Ham vormde het startpunt van grootschalige recreatie in het Land van Maas en Waal. Het was een enorm project dat vele maten te groot was voor de kleine gemeente Appeltern. Toch legde die met slimme deals en hulp van een vooruitziende landschapsarchitect de basis voor een ontzanding die uitmondde in een recreatiegebied. Het was een concept dat tot dan toe nog nergens was vertoond.

Quote

Ze hadden een houten keetje staan, daar hadden ze een heel diep gat onder gegraven. Een schijthuis, meer was er niet

Jos Van Gruijthuijsen, recreatie-ondernemer

Door de bochtafsnijdingen van de Maas in de jaren dertig verhuisden stukken Gelderland naar Brabant en vice versa. Zo kwam het Brabantse landbouwgebied de Megensche Ham in de gemeente Appeltern te liggen. Eind 1954 werd een vergunning afgegeven voor het ontzanden van het eerste stukje Megensche Ham, aansluitend op een stuk van de oorspronkelijke Maasbocht dat niet was gedempt. Er kwam daardoor meer water. Dat lokte de eerste recreanten naar de Megense Ham

Recreatie-ondernemer Jos Van Gruijthuijsen herinnert zich nog de allereerste kampeerder. “Een vliegtuig was over de Maas in Megen omlaag gedonderd. De veearts Pierre Bollen heeft dat vliegtuig in 1954 hierheen gesleept en neergezet als een soort caravan. Toen was er verder nog niemand. Na vijf, zes jaar stonden er een stuk of tien, twaalf kampeerders. Ze hadden een houten keetje staan, daar hadden ze een heel diep gat onder gegraven. Een schijthuis, meer was er niet.”

Groei

Het gebied had aantrekkingskracht op recreatie-ondernemers. In 1963 kwam er een jachthaven bij Maasbommel en in 1967 trok Theo Harbers in de Korenmolen bij Maasbommel en begon daar een camping aan het water. De groei van zowel de recreatie als de ontzandingen verliep zonder plan. Iedereen deed maar wat. Maar dat paste niet in het toenmalige overheidsbeleid. Dat was enerzijds gericht op ‘sociale recreatie’: gratis toegankelijke recreatiegebieden voor iedereen. Anderzijds wilde de overheid de zandwinning reguleren. 

De zand- en grindbaggeraars richtten op aandrang van het Rijk in 1960 de Centrale Industriezand Voorziening (CIV) op, een conglomeraat van elf zandwinningsbedrijven. In 1967 vroeg de CIV  toestemming om in de Megense Ham aan de slag te gaan.  

De CIV liet in 1968 een ‘schetsplan’ voor ‘Watersportcentrum Megense Ham’ maken. Een van de bedenkers was Buro Voogt uit Arnhem. Voogt bleef de navolgende jaren betrokken bij het zandwinnings- en recreatieproject. 

Uitgetekend

De eilanden en schiereilanden die de recreant nu ziet, waren door Voogt al precies zo uitgetekend. Belangrijk was dat de CIV heel flauwe taluds zou maken zodat er veilig zwemwater zou ontstaan. Ontzanders maken het liefst zo steil mogelijke taluds omdat ze een maximale hoeveelheid specie uit een winningsplas willen zuigen. Hoe meer specie, hoe meer geld in het laatje.

Er was sprake van een slimme deal. Voor de hectares land die veranderden in water hoefde de gemeente niets te betalen. Integendeel: ze ontving juist 5.000 gulden per hectare water. Voor de oevers, de eilanden en de schiereilanden die ontstonden, betaalde Appeltern de landbouwwaarde van de grond aan de CIV. Burgemeester Wim Hillenaar van Appeltern was in zijn nopjes: ‘De gemeente kan aldus voor een zeer lage prijs in het bezit komen van een recreatieproject.' 

Er stroomden daarnaast grote subsidiebedragen richting Maas en Waal. De rijksoverheid en de provincie leverden een grote zak met geld. Het totale project kostte 18 miljoen gulden. Daarvan betaalde het rijk 9 miljoen en de provincie 6 miljoen. Uiteindelijk werd zelfs 90 procent van de investeringen in het recreatiegebied gesubsidieerd. 

Tempo

De zandwinners gingen in 1970 voortvarend aan de slag. ‘Schepen varen af en aan om in een ontzaglijk tempo (800 ton per uur) te worden volgespoten met zilvergrijs zand dat onder een meters dikke kleilaag wordt weggezogen’, meldde De Gelderlander bewonderend. Het recreatiegebied moest tijdens de ontzanding al geleidelijk worden ingericht. Maar daar  kwam niet veel van  terecht.  

De dagrecreatie en de bedrijven die daarop inspeelden groeiden al maar verder tijdens de zandwinning, zonder enige regulering. Watersport was in, de surfplank was in opkomst. ,,Hier konden ze zwemmen'’’, vertelt Van Gruijthuijsen.  ,,Overal had je van die zandbanken liggen. Daar gingen de jongelui ’s avonds naartoe om een beetje te friemelen en te klooien. En zwemmen. Dat mocht niet, maar ’s avonds keek niemand ernaar.” Van Gruijthuijsen sprong erop in. In het voormalige stoomgemaal van de Blauwe Sluis opende hij in 1974 rockcafé De Stoep.

De Gouden Ham bleek een perfect speelveld voor vrije jongens. 

Volledig scherm
De eerste graafwerkzaamheden in de jaren vijftig of zestig. Foto: Nationaal Archief © Uit het boek Grote Werken
Volledig scherm
Uit: De Gelderlander. © Uit het boek Grote Werken
Volledig scherm
De bijna voltooide Gouden Ham. Foto: fotopersbureau 'Gelderland'/Jac Trum © Uit het boek Grote Werken
Volledig scherm
Dagrecreanten aan de Gouden Ham in de jaren zeventig. Foto: Historische Vereniging Tweestromenland © Uit het boek Grote Werken

Maas en Waal