Volledig scherm
Het gebied tussen het Kersjesven en het Eendenven vóór, vlak na (boven), en zes jaar ná de bomenkap (onder). © Jacqueline van den Boom

Hoe staat het ervoor met de Hatertse Vennen?

NIJMEGEN/ WIJCHEN/ OVERASSELT - Volop kritiek zes jaar terug op de natuurplannen voor de Hatertse Vennen. Hoe staat het er nu voor?

In één dag werd er zes jaar geleden 36 hectare aan naaldbomen gekapt in de Hatertse en Overasseltse Vennen. Via de bomen verdampte veel water uit het unieke natuurgebied, dat mede daardoor steeds verder verdroogde.

De tegenstand tegen het aanvankelijke plan van, onder meer, Staatsbosbeheer om dik 70 hectare te kappen was fel en vasthoudend. Natuurliefhebbers, agrariërs en omwonenden vreesden natte voeten en het ontstaan van een 'maanlandschap'.

Quote

Dit is een grote stap voorwaarts, maar we zijn er nog niet

Arjan Snel, Provinciehoofd Staatsbosbeheer

‘Aan de droge kant’

Onderzoekers zien nu dat de waterstand op de meeste plekken is verbeterd en bezoekers van het gebied zijn verrukt over het gevarieerde heidelandschap dat is ontstaan. 

Provinciehoofd Arjan Snel van Staatsbosbeheer, dat de operatie leidde, is echter nog lang niet tevreden. Hij vindt het gebied nog steeds 'aan de droge kant' en de biodiversiteit maar gering. ,,Dit is een grote stap voorwaarts, maar we zijn er nog niet", zegt hij.

Nieuwe ingrepen sluit hij niet uit. Toch ziet hij het positief in, noemt hij het glas 'meer dan half vol'. En dat maanlandschap was er maar even: ,,De mensen vinden het nu práchtig."

Voordelen

+ De bomenkap en andere maatregelen om water vast te houden, werkten uitstekend voor de meeste vennen. In sommige, zoals het centraal gelegen Eendenven, staat het water gemiddeld wel tien centimeter hoger, waar slecht vier was verwacht. En de grote Botersnijder heeft er wel vijf centimeter bij. Het water stijgt en daalt ook minder extreem, waardoor minder grote stukken van tijd tot tijd uitdrogen. Dat is goed voor het planten- en dierenleven.

+ De heide neemt de plek van de bomen met enthousiasme in. Een rekensommetje leert dat er 37 procent aan heidegebied is bijgekomen in de vennen. Dieren die vroeger bij afzonderlijke vennen leefden en elkaar via het bos niet konden bereiken, kunnen via de nieuwe heidecorridors naar elkaar toe, waardoor hun aantallen kunnen groeien. De levendbarende hagedis, die naast in de Gelderse Maasduinen nog alleen hier voorkomt, kan daarvan profiteren, net als de venwitsnuitlibel.

+ Tellingen zijn er nog niet gedaan, maar ecoloog Frans Smeding heeft de indruk dat vogels als de boomleeuwerik en de roodborsttapuit de vennen nu meer opzoeken. Ook de sikkelsprinkhaan kom je meer tegen. Een succesverhaal is in elk geval de blauwvleugelsprinkhaan. Dat is echt een nieuwe bewoner van het Vennengebied.

+ Het is een kwestie van smaak, natuurlijk: maar wat is het móói geworden rond de plassen. De tijdelijke woestijnen zijn heidevlaktes geworden. Boswachters melden dat mensen hen aanschieten over hoe prachtig ze de vergezichten vinden, dat je niet door een bomengordijn hoeft te turen om de plassen te zien. Je merkt ook dat meer mensen de Hatertse en Overasseltse Vennen wandelend en fietsend opzoeken. Zeker vlak na afgelopen zomer, toen die nieuwe heide ook nog eens volop begon te bloeien.

+ Er is iets moois ontstaan tussen Staatsbosbeheer en al die mensen die tegen de kap van dik 70 hectare bos waren. Boze acties dreigden, maar boeren, buren, natuurliefhebbers en overheden kwamen samen in een ‘Vennenplatform’. Ze besloten om ‘slechts’ 36 hectare om te leggen. ,,Het is goed dat de plannen zijn uitgevoerd”, zegt oud-tegenstander Jacqueline Veltmeijer uit Dukenburg nu. ,,Eerst dacht ik dat ze gek waren geworden, ze gingen onze ‘tuin’ kapotmaken. Maar de natuurwaarden zijn beter geworden. Dat doet me als natuurmens goed.”

Nadelen

- Met het water aan de randen van het Vennengebied is het niet goed gekomen. Sterker: in sommige kleine vennen ging het zelfs omlaag. Het zuidelijk gelegen Roelofsven verloor wel zes centimeter. Waardoor dat komt, is onduidelijk en leidt tot discussie. Heeft het te maken met de extreem droge zomers die we hadden, of houdt het waterschap het grondwaterpeil in de wijdere omgeving te laag en sijpelt het vocht daardoor weg? Voer voor wetenschappers: wordt vervolgd.

- Het is niet gelukt de kwaliteit van het water in de vennen te verbeteren. Dat is namelijk te zuur, waardoor er maar één soort veenmos wil groeien en er amper waterplanten als het klein blaasjeskruid zijn. Het lijkt erop dat de plassen te veel gevoed worden door zuur regenwater en dat er te weinig gefilterd water via de bodem aankomt. De biodiversiteit neemt te weinig toe, wat overigens deels ook door het bekende stikstofprobleem kan komen.

- Leuk dat de levenbarende hagedis lekker kan rondtrekken, maar voorlopig is de soort in het Vennengebied praktisch uitgeroeid. De kale vlaktes van de eerste jaren, gevolgd door de extreem droge zomers zorgden ervoor dat er naar schatting nog maar duizend van de zesduizend over zijn. De hoop is gelukkig goed dat het diertje zich weer hersteld. Dat wordt lastiger voor de heikikker. In het genoemde zure water schimmelen haar eitjes weg.

- Leuk dat iedereen het Vennengebied nu nóg mooier vindt. Maar iedereen, boswachters en schaapsherder incluis, ziet dat er daardoor nóg meer mensen van komen genieten. En het was al zo druk in het natuurgebied aan de rand van de stad. En die mensen nemen honden mee die, buiten het losloopgebied, reeën en konijnen de stuipen op het lijf jagen. Ze duiken ook nog eens de schaapskudde in. Dan grijpt de herdershond gelukkig dapper in.

- Prachtig dat er ‘maar’ 36 hectare bos is gekapt, maar is het ook voor de lange termijn genoeg? Veel doelen zijn immers nog niet gehaald. Bij het oude plan, waarin twee keer zoveel gekapt zou worden, zou het water misschien wel een halve of een hele meter stijgen. Staatsbosbeheer zegt dat er, zo nodig, meer maatregelen komen om de waterstand en -kwaliteit te verhogen. Liever niet met het massaal kappen van bomen, maar niemand zegt hardop dat dat oude idee niet toch weer van stal wordt gehaald.

Maas en Waal